23 maart 2010

 

Prachtig bibliotheek-promotiefilmpje



Gewoon omdat dit zo'n leuk filmpje is, waar en passant een hoop informatie over de bibliotheek van Bergen voorbij komt.

Hattip: Marc Loman

Labels: ,


10 maart 2010

 

Met de teruglegkar is de cirkel rond

Het is alweer even gelden dat ik mijmerde over het idee om ingeleverde boeken zichtbaar te maken op de bibliotheek Website. Het idee was geïnspireerd op de tijden dat ik nog in korte broek in de bibliotheek rondliep. Mijns inziens waren de net teruggebrachte boeken de meest interessante boeken in de collectie van de bieb. De boeken die in het gelid netjes op de plank stonden had ik al gelezen of konden mij niet bekoren. Nee, de boeken die net teruggebracht werden waren pas interessant. Die waren zorgvuldig uitgezocht, afgestempeld, mee naar huis genomen en gelezen. Nu waren ze dan eindelijk weer voor mij beschikbaar. Speurend tussen de planken naar dat laatste boek dat je nog niet had gelezen hield je de teruglegkar altijd in de gaten. Daar kwamen de echte pareltjes terecht. De bibliotheek waar zich dit tafereeltje afspeelde, die bibliotheek stond in Goor.

We hebben het in Wageningen ook al eens in elkaar gesleuteld, maar in de productieomgeving is het helaas nooit geïmplementeerd.

Ik vond het heel leuk om te zien dat bij de vernieuwde website van de bibliotheek Hof van twente de een stream de boeken op de teruglegkar wel netjes in beeld brengt.

De cirkel is rond. De bibliotheek van Goor, heeft nu een grotere broek gekregen en heet nu Hof van Twente.

Hattip: Marc Deckers

Gerelateerd
Interesse in ingeleverde boeken?
Ter inspiratie een bijna een blog over ingeleverde boeken
Ingeleverde boeken zichtbaar maken

Labels: ,


06 februari 2010

 

De Google Code gekraakt?


Het woordje 'code' in de titel zet me even op het verkeerde been. Betreft het een vervolg op het fameuze boek Google Hacks van Tara Calishain en Rael Dornfest uit 2003? Het gaat hier echter om een heel ander soort uitgave. In De Google Code presenteert Henk van Ess een eenvoudige zoekstrategie om efficiënt met Google op het web te kunnen zoeken. Hoewel zijn methode van zoeken – de code – in feite ook toepasbaar is bij andere zoekmachines zoals Yahoo!, Bing of Ask, siert Googles naam (marketingmagie!) de omslag.

De Google Code is opmerkelijk dun voor een uitgave over zoeken op het web: 136 pagina’s met heel veel illustraties, veelal kleine schermafbeeldingen van zoekacties en het eerste resultaat. Het werkje is vlot geschreven en na pakweg drie à vier uur lezen heb je het uit. Van Ess raadt trouwens aan om het boek niet te lezen met de pc erbij – en vanwege de overvloed aan illustraties is dat ook niet nodig. Bovendien wordt ook wel heel simplistisch uitgelegd wat het idee achter iedere zoekactie is en vervolgens wordt de zoekactie ook nog eens visueel getoond.

Denken als een document
Goed, je hebt het boekje uit. Wat heb je nu geleerd? Henk van Ess omschrijft de code zelf als volgt: ‘Ga niet uit van wat je zoekt, maar van je wilt vinden. Stel geen vraag, maar voorspel het antwoord. Visualiseer wat je zoekt. Je probeert beredeneerd te gokken hoe informatie is opgeschreven. Je leert met verstand te raden hoe mensen dingen opschrijven. De beste manier om de juiste woorden te vinden, is te doen alsof je zelf de schrijver bent.’ Hij heeft het ook wel over denken als een document. In feite doet Van Ess zijn methode een tikkeltje tekort wanneer hij het op deze manier samenvat.

Zijn code bestaat uit drie stappen. De eerste is de conceptuele stap, waarin je bedenkt wat je eigenlijk wilt vinden en hoe die informatie ergens op het web geformuleerd zal staan. De tweede stap is het uitvoeren van een zoekactie, waarbij verschillende zoektechnieken helpen om het resultaat in te perken. Van Ess is terecht fan van het gebruik van aanhalingstekens om met hele korte – ingehouden – zinnetjes precies dat te vinden wat hij wil weten.

De derde stap van de code is de controlestap. Deze stap komt in het boek niet zo uitgebreid aan bod, maar vormt wel een onlosmakelijk geheel met de twee eerdere stappen.

Werkt het altijd?
De eenvoudige zoekstrategie van Henk van Ess lijkt prachtig te werken. Maar kun je hiermee ook alles vinden? Helaas niet. De aanpak werkt alleen voor informatie die letterlijk gepubliceerd is op webpagina’s. Veel informatie is echter opgeslagen in databases, het zogenaamde diepe of onzichtbare web. Google is slechts zeer mondjesmaat in staat om die data boven tafel te krijgen. Van Ess geeft dat zelf ook aan in het hoofdstuk over Google-geheimen. Hij suggereert in dat hoofdstuk zelfs dat zijn volgende boek daar misschien over moet gaan.

De Google Code – Stop met zoeken, begin met vinden
Henk van Ess / Pearson Education Uitgeverij / 136 p. / ISBN 9789043019088 / € 14,95

Deze recenssie verscheen eerder als:
Gerritsma, W. (2010) De Google code gekraakt? Informatieprofessional, 02/2010 p.35

Gerelateerd: Zoektips van zoekmachine experts: Henk van Ess

Labels: , , ,


20 januari 2010

 

ITC research seminar


Soms zeggen andere het zo mooi. Ik glim een beetje van trots.

Labels: , ,


 

Wat minder dan 23 dingen: 21eDingen

Margreet van den Berg, mijn blogmoeder, vroeg heel vriendelijk om een blogpost te besteden aan 21eDingen die op punt staan te beginnen. 21eDingen is een 23 dingen variant die ontwikkeld is voor het hoger onderwijs in Nederland. De cursus is opgezet door Margreet van den Berg en Harriët Damen voor Surfnet.

21eDingen bouwt voor op 23 OVC Dingen die weer stoelt op 23 onderwijsdingen.

Wat zijn de 21eDingen?
21eDingen is een cursus waarin je leert over het gebruik van allerlei ict-tools in het onderwijs, variërend van SURFmedia tot YouTube, van weblogs tot sms-stemmen en van wiki's tot SURFgroepen. Er worden dus zowel SURFnet diensten als commerciële tools van het web behandeld naast en door elkaar behandeld. Belangrijkste doel is mensen uit het hoger onderwijs kennis te laten maken met het toepassen van deze handige hulpmiddelen in het onderwijs.


Morgen is er een startbijeenkomst over 21eDingen.

Ondertussen heb ik mijn inventarisatie van de 23 dingen varianten bijgesteld, met alle nuttige opmerkingen en aanvullingen op mijn vorige blogpost. Wanneer je alle dingen afwerkt van de gezamelijke dingen heb je uiteindelijk een 64 dingen cursus afgewerkt. Voor mij is er ook nog heel wat bijscholing te doen. Maar deze 21eDingen inspireert wel om te zien of we er hier aan de Universiteit er ook wat mee kunnen doen.

Gerelateerd:
23 Dingen en meer

Labels: ,


17 januari 2010

 

Hoe benaderen we het Web in 2013?

Engadget komt op de proppen met de tamelijk concrete voorspelling van Gartner (die van de beroemde hype cycle) dat in 2013 de mobiele telefoon het meestgebruikte webbrowsing device zal zijn.

Ik heb twee simpele observaties bij dit bericht.
Browsing in 2013 zal niet hetzelfde zijn als browsing anno nu. Het verschil zit hem in de widgets. Bij mobiele webapplicaties was de vraag tot voor kort of we mobiele websites moesten bouwen versus widgets. Het lijkt er op dat de widgets het daarbij gaan winnen. Het benaderen van het web zal dus meer en meer via widgets plaatsvinden. Met het gebruik van widgets blijf je meestal heel keurig binnen het straatje van de widgetontwikkelaar. Browsen zal er dus eigenlijk niet meer bij zijn. Slechts het betreden van gebaande paden. Da's toch wat anders.

Ach ja en de bibliotheken?
Die zijn er natuurlijk allemaal klaar voor met de meest mooie widgets. Zo om en nabij 2020.

Hattip: @hochstenbach

Labels: , , ,


13 januari 2010

 

Zoektips van de zoekmachine experts: Henk van Ess

Dit is de eerste post, in wat een serie moet gaan worden over zoektips van de zoekmachine experts op het gebied van zoeken en vinden van informatie op het Web. In deze eerste aflevering onthullen we de belangrijkste zoekstrategie van Henk van Ess. Henk is de drijvende kracht achter voelspriet en heeft onlangs de Google Code geschreven. De Google Code is zijn boek waarin hij zijn beste advies voor het efficiënt vinden van informatie op het Web prijsgeeft.

De Google Code
Henk van Ess omschrijft de code zelf als volgt: ‘Ga niet uit van wat je zoekt, maar van je wilt vinden. Stel geen vraag, maar voorspel het antwoord. Visualiseer wat je zoekt. Je probeert beredeneerd te gokken hoe informatie is opgeschreven. Je leert met verstand te raden hoe mensen dingen opschrijven. De beste manier om de juiste woorden te vinden, is te doen alsof je zelf de schrijver bent.’ Hij heeft het ook wel over denken als een document. In feite doet Van Ess zijn methode een tikkeltje tekort wanneer hij het op deze manier samenvat.

Zijn Google code bestaat in feite uit drie stappen. De eerste stap is de conceptuele stap, waarin je bedenkt wat je eigenlijk wilt vinden en hoe die informatie ergens op het Web geformuleerd zal staan. De tweede stap is het uitvoeren van een zoekactie, waarbij verschillende zoektechnieken helpen om het resultaat in te perken. Van Ess is terecht fan van het gebruik van aanhalingstekens om met hele korte –ingehouden– zinnetjes precies dat te vinden wat hij wil weten. De derde stap van de Google Code is de controlestap. Deze stap komt in het boek, helaas, niet zo uitgebreid aan bod, maar vormt wel een onlosmakelijk geheel met de twee eerdere stappen.

In de praktijk
Voor de conceptuele stap moet je je realiseren dat wanneer je de verjaardag van Jan Peter Balkenende zoekt, je niet moet zoeken als [Wanneer is Jan Peter Balkenende jarig]. Nee dit soort informatie staat in biografieën meestal vermeld in een zin als "Jan Peter Balkenende is geboren op … in het Zeeuwse …..". Van die kennis moet je volgens de code van van Ess gebruik maken. Je moet je afvragen hoe het resultaat dat je zoekt er uit zal zien. Wanneer je dat eenmaal bedacht hebt, kun je veel sneller tot het juiste resultaat doordringen.

De zoekactie noemt van Ess ook wel de invultruc. Wanneer je in Google zoekt met de zinsnede ["Jan Peter Balkenende is geboren"] krijg je een kleinere en meer relevante resultatenset dan met de eerder geformuleerde zoekvraag. Let op het feit dat de aanhalingstekens een essentieel onderdeel zijn van de zoekactie. Op de resultatenpagina laat Google in de snippets vele malen zien dat het de geboortedatum van JP zeer waarschijnlijk 7 mei 1956 is. Toch is het verstandig om ook de derde stap te ondernemen en de controle op de kwaliteit uit te voeren met het gevonden resultaat.

In de controlestap ga je na wat de betrouwbaarheid van de gevonden informatie is. Door in Google te met het gevonden antwoord ["Jan Peter Balkenende" "7 mei 1956"] komen er verwijzingen naar het resultaten van het ministerie van Algemene Zaken en Parlement.com, een site van het Parlementair documentatie centrum van de Universiteit van Leiden.

Onderhand mag je dus wel stellen dat Balkenende zijn 54ste verjaardag komende 7e mei gaat vieren.

Werkt deze methode altijd?
Deze eenvoudige zoekstrategie van Henk van Ess lijkt prachtig te werken. Maar kun je hiermee ook alles vinden? Helaas niet. De aanpak werkt alleen voor informatie die letterlijk op deze wijze gepubliceerd is op webpagina’s. Veel informatie is echter opgeslagen in databases, het zogenaamde diepe of onzichtbare web. Daarnaast zijn de echte zoekvragen van het dagelijkse leven complexer dan de verjaardag van de MP. In dat geval zal er een grondiger analyse van de facetten van de zoekvraag aan vooraf moeten gaan.

Toch is het devies van "denken als een document" een heel sterke eerste stap om gerichter relevante informatie op het Web te vinden.

Meer zoektips van Henk van Ess
Van Ess, H. (2005?). Google vindt (bijna) alles! Zoeken kan echt op alle mogelijke manieren. http://www.zoekzone.com/google1.pdf en aanvullende tips.

Labels: , , , ,


09 januari 2010

 

De kracht van RSS-feeds

Op Franwatching vroeg Sander Duivestein zich recentelijk af of RSS dood is. Daarnaast schrijft Gerard Bierens op zijn blog over "Zoeken, vinden, vastleggen" over RSS "Toch blijken er in de praktijk erg weinig informatiewerkers te zijn die deze technologie in hun dagelijks werk geïntegreerd hebben. Voor onderzoekers en wetenschappers is RSS vaak zelfs een geheel onbekend fenomeen, simpelweg omdat het kleine oranje icoontje vrijwel nooit op hun netvlies verschijnt." En pikt Edwin de draad over RSS weer op omdat het nog steeds niet mogelijk is om een RSS feed te krijgen van de aanwinstenpagina van de Zeeuwse Bibliotheek.

Wat bij deze drie verhalen opgaat is dat het gaat om persoonlijk gebruik van RSS. Ik denk dat wanneer is naar de Universiteit kijk ik Gerard helemaal gelijk moet geven dat onderzoekers en studenten relatief weinig gebruik van RSS maken. Wanneer ze het wel doen, bijvoorbeeld wanneer ze een iGoogle pagina gebruiken, weten ze vaak helemaal niet eens weten dat ze gebruik maken van RSS. En eigenlijk is dat helemaal niet zo erg.

Ik denk dat in alle drie de postings een heel belangrijk gebruik van RSS over het hoofd wordt gezien. Dat is het rondpompen van informatie over het Web. RSS is daarbij niet meer weg te denken. Rondpompen van informatie klinkt een beetje onzinnig, maar de meeste dynamisch pagina's, waar bijvoorbeeld nieuwsberichten op verschijnen, worden gemaakt op basis van RSS feeds.

Bij onze bibliotheek hebben we net een applicatie gebouwd die juist gebruik maakt van RSS feeds van duizenden wetenscahppelijke tijdschriften, maar die feeds worden door deze applicatie juist weer netjes verteerbaar gemaakt voor onze onderzoekers, docenten en studenten door de informatie te verpakken als e-mail alerts op de 'inhoudsopgaven' van tijdschriften. In onze catalogus boden we altijd al de mogelijkheid van e-mail alerts op tijdschriften, daar zijn vorig jaar RSS-feeds bijgekomen. De oude e-mail alerts liepen op basis van een betaalde dienst van Swets. Die TOC (Table of Content) service was niet altijd even stabiel, en werd ook steeds duurder. De e-mail TOC alerts via de bibliotheek is wel een populaire dienst, een paar duizend gebruikers hebben zich geabonneerd op ruim 2000 tijdschriften. Daarmee komen de TOC-alerts in de top 10 van meest gebruikte 'databases' volgens SFX.

Op basis van het ticTOCs project hebben we nu RSS feeds van duizenden tijdschriften tot onze beschikking, meer dan in de Swets service zat. Omdat onze gebruikers relatief onbekend zijn met RSS, is er besloten om op basis van de feeds de e-mail TOC alerts dienst te bouwen. De gebruikers zien het niet, maar op de achtergrond maken we, en zij dus ook, dankbaar gebruik van RSS feeds.

Er zijn nu wel wat verschillen met de oude TOC alerts. Sommige uitgevers, zoals Springer, laten de Feeds lopen over hun 'online first' artikelen. Dit genereert al een feed met slechts enkele artikelen die nog niet zijn toegewezen aan een volume en issue. Daardoor lopen ze echter wel drie tot vier maanden voor op de formele TOC alerts van de uitgever. Helaas laten andere uitgevers hun RSS feed parallel lopen aan hun e-mail alerts, dus er wordt niet altijd winst behaald.

Mochten we voorheen onze TOC alerts niet aanbieden aan externe gebruikers. Nu we alles zelf bouwen en gebruik maken van de 'gratis' RSS feeds kunnen we de dienst ook beschikbaar stellen voor deze externe gebruikers. Zijn die er dan? Wat dacht je van onze ex-medewerkers en alumni die toch van de ontwikkelingen op hun vakgebied op de hoogte willen blijven?

Kortom, RSS is nog lang niet dood, maar zal zich steeds meer en vaker aan het zicht van de (eind-)gebruiker onttrekken. Maar allerhande tools, widgets en attenderingsdiensten maken intensief gebruik van RSS. Ook in mobiele applicaties zal RSS een belanrijke rol gaan spelen. Let maar op.

gerelateerd
RSS op een rijtje
Moet iedereen RSS feeds omarmen?

Labels: , , ,


05 januari 2010

 

Ranking the rankings

Een aardige collega (en ik weet nog steeds niet wie) had tijdens de vakantie het laatste nummer van Vawo visie op mijn bureau gelegd. Ik denk vanwege het artikel "Ranking the rankings". Helaas nog niet online verschenen trouwens. De teneur van het artikel is eigenlijk dat iedere universiteit kan roepen "ik ben de beste", en dat doen ze dan ook regelmatig, iedere keer met een andere ranking in de hand. Ze laten dat zien met een overzicht van het presteren van de Nederlandse universiteiten in 4 verschillende rankings.

Het artikel is gebaseerd op een KPMG rapport dat ik nog niet eerder tegen was gekomen "Internationaal scoren is een keuze". Dit rapport heeft waarschijnlijk even op het Web gestaan, maar is nu helaas niet meer beschikbaar op de site van KPMG. Wat mij het meest verbaasde dat er wordt aangehaald dat er "veel meer belang wordt aan de Shanghai Index gehecht." Dit kwam bij mij als een grote verrassing. Ik had net het artikel van Billaut et al. gelezen, die naast de traditionele kritiek die als eerste uitgebreid door van Raan (2005) werd gespuid, wijst op een hele grote methodologische fout in de berekening van de Shanghai index. Het maken van een ranglijstje is veel lastiger dan soms gedacht wordt. Ik ben daarom verbaasd dat KPMG voor deze ranking wel een goed woordje doet. The THES ranking wordt volgend jaar helemaal een farce nu Times heeft besloten een ander bueau in de arm te nemen. Mijns inziens gaan pure bibliometrische rankings straks een grotere rol spelen. Welke? Leiden ranking, ScimagoIR en Taiwan ranking zijn daar voorbeelden van. De laastste twee kwamen niet in het KPMG rapport voor. Ik ben ondertussen wel heel nieuwsgierig naar dit KPMG rapport, maar heb het helaas nog niet te pakken.

Ik weet dat rankings hot topics zijn. Ik denk dat de invloed op het aantrekken van (internationale) studenten en onderzoekers niet onderschat moet worden. Het is bekend dat vooral studenten uit ZO Azië zich ondermeer laten beïnvloeden door dit soort lijstjes. Goed er voorstaan in deze lijstjes is dus heel belangrijk wanneer je internationaal wilt scoren, maar geen heilige graal. Wel weet ik uit ervaring dat onderzoekers door zich aan hele simpele regeltjes te houden hun universiteit fiks kunnen helpen om de positie te verbeteren. Naamgeving is er een van. De meeste rankers missen minstens 10% van onze publicaties omdat de naam niet goed, of helemaal niet, wordt opgeschreven. Dat is natuurlijk zonde.

Literatuur
Anon. (2009). Ranking the rankings. Vawo visie 41(3): 1-2. http://www.vawo.nl/actueel/documents/vv0903.pdf [nog niet beschikbaar]
Jean-Charles Billaut, Denis Bouyssou and Philippe Vincke (2010). Should you believe in the Shanghai ranking? Scientometrics In press. http://dx.doi.org/10.1007/s11192-009-0115-x
KPMG (2009). Internationaal scoren is een keuze.
Anthony F. J. van Raan (2005). Challenges in Ranking of Universities. First International Conference on World Class Universities, Shanghai Jaio Tong University, Shanghai, June 16-18, 2005. http://citeseerx.ist.psu.edu/viewdoc/download?doi=10.1.1.104.4501&rep=rep1&type=pdf

04 januari 2010

 

De trieste staat van onderwerpsgidsen

Tijdens allerhande cursussen over zoeken op het Web maak ik mij altijd sterk voor goede bronnenkennis. Zeker voor informatieprofessionals vind ik dat een belangrijke zaak. Natuurlijk ken je je formele bibliografieën op je duimpje. Je PubMed, je SciFinder, CAB abstracts of wat dies meer zij. Specifiek voor het zoeken op het Web pleit ik daarom altijd voor het kennen van goede onderwerpsgidsen oftewel directories.

Helaas is het met de staat van onderwerpsgidsen slecht gesteld. Onder de druk van de grote zoekmachines valt het die steeds moeilijker om hun broek zelf op te houden. Net voor de kerst kondigde Intute al aan dat de financiering door JISC zou opdrogen.

Vandaag lees ik in de nieuwsbrief van Gwen Harris dat Librarians Index to the Internet en Internet Public Library besloten hebben om samen verder te gaan op IPL2.org.

Tip: de beste Nederlandse onderwerpsgids is de archiefzoeker

Labels: , , , , , ,


01 januari 2010

 

Zoeken naar getallen met Google

In het leuke nieuwe boekje van Henk van Ess, werd ik even in verwarring gebracht omdat van Ess in de Google code adviseert om met drie puntjes naar getallenreeksen en rijen te zoeken. Drie puntjes? Het waren er toch twee?

Even wat heen en weer twitteren met @Henkvaness waarin hij mij wees op een pareltje van een discussie op Google Blogscoped van Philipp Lenssen.

Officieel zou het zoeken naar getallenreeksen inderdaad met twee puntjes moeten werken. Het gaat ook meestal goed bijvoorbeeld ["digitale spiegelreflexcamera" 300..500] om camera's tussen de 300 en 500 te vinden. Dat zijn dus ook allerhande 500 tips. Met euro's werkt deze operator nog steeds niet, met dollars daarentegen wel ["digitale spiegelreflexcamera" $300..500].

Er blijken echter uitzonderingen te zijn. Bij de reeks [1000000..10000000000] blijkt het niet goed te werken. Het geeft zelfs een foutmelding. Het lijkt er op dat 99999 met maximale minimum getal voor een reeks is. Maar wanneer je de search in de URL programmeert blijkt dat weer niet zo te zijn. De URL http://www.google.com/search?as_q=&as_nlo=1000000&as_nhi=10000000000&start=0 laat zien dat het minimum nummer wel degelijk groter mag zijn dan 9999. Maar deze URL is lastig te onthouden om op dit soort getallenreeksen te gaan zoeken. De oplossing zijn de drie puntjes [1000000...10000000000] die lijken altijd te werken.

Onze conclusie. Luie zoekers blijven gewoon twee puntjes gebruiken, maar wil je meer zekerheid gebruik dan drie puntjes. Zo leer ik dus ook weer wat bij tijdens het recenseren van een boekje over Google.

Overigens ook aardig is om te zien dat wanneer je creditcardnummers probeert te zoeken [4049000000000000...4049999999999999], Google die niet lijkt te tonen. Gelukkig lijkt het wel goed gaan voor logische reeksen van Nederlandse mobiele telefoonnummers [0653000000...0653999999]

References
Henk Van Ess (2009). De Google code. Amsterdam, Pearson Education. 136 pp.

Labels: , , ,


This page is powered by Blogger. Isn't yours?