27 april 2006

 

Zelfcitaties revisited

In een vorige post over de rol van zelfcitaties in citatie analyses was ik er nog niet helemaal uit hoe de meesters van citatie analyse in Nederland (en Europa en de rest van de wereld) omgaan met zelfcitaties. Ik wist dat ze altijd corrigeren voor zelfcitaties, maar wist eigenlijk niet precies hoe ze dat definieerden of uitvoerden. Onlangs was ik via een artikel van Nederhof (2005) uitgekomen bij het rapport van Visser et al. (2003). Daarin staat onomwonden dat het CWTS zelfcitaties definieert als de (Engelstalige) definities in mijn vorige post. Oftewel in goed Nederlands:
Een zelfcitatie is gedefinieerd als een citatie van een auteur naar eigen werk. Bij een artikel met meer dan één auteur geldt als zelfcitatie een verwijzing in een publicatie, die (mede) geschreven is door een of meer co-auteur(s) van het geciteerde artikel. Wij gaan dus bij het verzamelen van de aantallen citaties na hoeveel daarvan afkomstig zijn van publicaties, waarvan een of meer auteurs tevens (co-)auteur is van het geciteerde artikel. (Bron: Visser et al. 2003)

Ik hoop dat de Scopus ontwikkelaars dit wel even in hun oren knopen voor ze verder gaan met het ontwikkelen van hun citatietools.

Literatuur:
Nederhof, A.J. (2005). Bibliometric monitoring of research performance in the social sciences and the humanities: A review. Scientometrics 66(1): 81-100. http://dx.doi.org/10.1007/s11192-006-0007-2.
Visser, M.S., N. Rons, L.J.v.d. Wurff, H.F. Moed & A.J. Nederhof (2003). Bibliometrische studie van onderzoeksdisciplines aan de Vrije Universiteit Brussel, 1992-2004. Leiden, CWTSbv. 88p. http://rd-ir.vub.ac.be/regl-formulieren/Bibliometrie_Eindrapp.pdf.

Technorati tags: ; ;

Labels:


Comments: Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een koppeling maken



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?