31 mei 2007
Librarian 1.0
30 mei 2007
Google Reader en de Feedburner performance problemen

Het nieuws dat dat Feedburner overgenomen wordt door Google was overal te lezen. De feed van mijn blog wordt ook door Feedburner verspreid. Er zijn ruim 700 lezers die gebruik maken van deze specifieke dienst. Dus enige intresse in de ontwikkelingen rond Feedburner heb ik wel.
Wat mij het meest opviel was de negatieve toon van veel berichten over deze overname. Big bad Google werd op vele plaatsen ten tonele gevoerd.
Toch wil ik wel even aangeven wat ik hoop dat er verbeterd met deze overname. Dat is de snelheid waarmee Google Reader de Feedburner feeds verspreid. Op dit moment is dat soms hemelschreiend, tergend, puur slecht. In het bijgaande plaatje zie je tijdsverschil dat mijn post van gisterenavond-of vanochtend zo je wilt- door Google Reader werd doorgegeven. De originele Blogger feed stond er na een uurtje op. De tijd op de blog is niet helemaal de juiste indicatie voor het moment dat er werkelijk gepost werd, maar geeft het tijdstip weer dat er begonnen werd met schrijven. Maar de tweede (bovenste) regel geeft weer wanneer de Feedburner feed door Google Reader verspreid werd. Ruim 4,5 uur na de Blogger feed. Dat is een onverteerbaar groot tijdsverschil. Soms is het wat minder, maar het valt mij op dat dit veel vaker gebeurt met zo'n ontzettend groot tijdsverschil.
Teruggaan naar Bloglines is eigenlijk geen optie. De redenen om daar weg te gaan waren ondermeer onverklaarbare lange update intervallen (soms wel dagen), het steeds vaker verschijnen van de plumber, maar bovenal Google Reader werkt efficienter. Ik kan in kortere tijd meer feeds slechten. Ze moeten dan wel op tijd binnenkomen. Nu Feedburner in Google handen komt, maken we goede kans.
Parallel hieraan, het heeft tijden geduurd voordat Feeburner het aantal Google Reader en IGoogle lezers goed kon weergeven. Maar dat is toen ook goed gekomen.
Google maak er werk van en verbeter dit performance probleem als de bliksem.
PS. Edwin, natuurlijk ken ik de zaligheden van Netvibes..... Maar daar gaat deze post niet over.
Labels: Feedburner, Google reader
Alleen voor de betere zwemmers
Het schijnt dat je tussen de VS en Europa volgens Google Maps alleen van Boston naar Le Havre kunt zwemmen. Of het nu van New Orleans naar Gibraltar is, of van Chicago naar Narvik je moet steeds diezelfde verrekte 3462 mile zwemmen.
Meer iets voor Edith van Dijk.
Hattip: Phil Bradley
Meer iets voor Edith van Dijk.
Hattip: Phil Bradley
Labels: Google Maps
29 mei 2007
Balanced Libraries in review
Walt Crawford, 2007. Balanced libraries : Thoughts on continuity and change. A Cites & Insights book. Lulu.com, 247p. US $21.50
Er is een ware stortvloed van boeken met het thema bibliotheek 2.0 losgebroken. Dit boek van Walt Crawford is het eerste dat ik lees en bespreek. Dit boek is meteen ook een ultieme illustratie van Web 2.0 invloeden op de het uitgave proces. Qua vorm, omdat het uitgegeven is bij lulu.com, een printing on demand uitgeverij waar iedereen zijn eigen boeken mag uitgeven. Maar ook qua inhoud, omdat het boek voor een groot deel uit citaten van blogposts bestaat en een aantal heruitgaven van werk van Walt Crawford zelf. Een knappe mash-up van bestaande stukken die becommentarieerd worden, afgestoft en in een breder kader bediscussieerd worden. Daarnaast wordt het boek ook nog eens elektronisch ondersteund met blogposts per hoofdstuk waar commentaar geleverd kan worden, en wordt de volledige referentie lijst van alle aangehaalde blogposts elektronisch beschikbaar gesteld. Een heuse crossmediale uitgave dus.
Het boek is ontstaan op de golven van de bibliotheek 2.0 discussies, maar gaat over veranderingen en innovaties in het bibliotheeklandschap in een veel wijder verband. Waar sommige bibliotheek 2.0 boeken zich bezig houden met de toepassing in bibliotheken van de mooie tools en gadgets die we de laatste jaren ter beschikking hebben gekregen via het web. Daar gaat dit boek niet over. Walt Crawford probeert de ontwikkelingen in een breder kader te stellen en geeft hij duidelijk aan dat bibliotheken altijd al bezig geweest zijn met innovaties en veranderingen. Bibliotheek 2.0 komt wat dat betreft niet zomaar uit de lucht vallen. Het is een boek dat een goede inleiding, en samenvatting geeft van de hele bibliotheek 2.0 discussie. Het zou derhalve niet mogen ontbreken op de verplichte leeslijst van iedere IDM student en als zodanig ook verplichte kost voor medewerkers van bibliotheken –openbaar, medisch, hogeschool of academisch- dat doet er niet toe. Kortom een absolute aanrader dus.
Wat tref je dan aan in dit boek? Het boek bevat vijftien hoofdstukken die ieder tamelijk zelfstandig gelezen kunnen worden. Het eerste hoofdstuk bevat elementen uit Cites & Insights 6:2 en 6:9 en verklaren waarom hij over balanced libraries schrijft in plaats van de modeterm library 2.0. Hoofdstuk 2.0 gaat in op het thema 'de gebruiker centraal'. Een eerste versie van dit hoofdstuk verscheen als Cites & Insights 7:1. Hoofdstuk 3 gaat in op de fysieke ruimte die de bibliotheek is. Library as place, zoals dat zo mooi in het Engels klinkt. Hoofdstuk 4 handelt over collectievorming, maar vooral collecties van boeken. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op levenslang leren voor bibliotheekmedewerkers en bijblijven. Je hoeft niet alles te doen, maar kies dat wat bij je past. Hoofdstuk 6 gaat over de opeenvolging van generaties, over gen-X, of de millenials. Hij brengt dat terug tot discussies die altijd al gevoerd zijn, en altijd gevoerd zullen worden. In het vervolg hoofdstuk gaat hij verder in op de probleem die kunnen ontstaan wanneer staf of gebruikers nu niet mee willen veranderen. Hoe krijg je ze dan wel mee. Hoofdstuk 8 is voor een groot deel gebaseerd op zijn eerste essay over bibliotheek 2.0 dat verscheen in Cites & Insights 6:2. In dit hoofdstuk gaat hij in op het commentaar dat daarop verscheen. Hoofdstuk 9 verscheen in zijn geheel als onderdeel van een recent issue van Cites & Insights 7:4. In hoofdstuk 10 wordt ingegaan op ideeën voor nieuwe diensten. Het vertellen van de verhalen, het betrekken van je leden oftewel het verkopen dan wel neerzetten van je bibliotheek komt in hoofdstuk 11 aanbod. In hoofdstuk 12 gaat Crawford in op de zogenaamde concurrentie met Google cs. en pleit hij ervoor om de nieuwe media moguls vooral niet als concurrenten te zien. In hoofdstuk 13 wijst hij er op dat wat voor de ene bibliotheek werkt niet voor een andere hoeft te werken. Een eerste versie van hoofdtuk 14 verscheen ook al in Cites & Insights 7:2, en gaat over evenwicht in het dagelijks leven. En voor de echte liefhebbers van de recente bibliotheekgeschiedenis rakelt hij in hoofdstuk 15 de ontwikkelingen in bibliotheekautomatisering van de laatste 40 jaar nog eens op.
Wanneer je het niet zelf besteld, binnenkort te leen bij iedere(?) bibliotheek bij u om de hoek.
Er is een ware stortvloed van boeken met het thema bibliotheek 2.0 losgebroken. Dit boek van Walt Crawford is het eerste dat ik lees en bespreek. Dit boek is meteen ook een ultieme illustratie van Web 2.0 invloeden op de het uitgave proces. Qua vorm, omdat het uitgegeven is bij lulu.com, een printing on demand uitgeverij waar iedereen zijn eigen boeken mag uitgeven. Maar ook qua inhoud, omdat het boek voor een groot deel uit citaten van blogposts bestaat en een aantal heruitgaven van werk van Walt Crawford zelf. Een knappe mash-up van bestaande stukken die becommentarieerd worden, afgestoft en in een breder kader bediscussieerd worden. Daarnaast wordt het boek ook nog eens elektronisch ondersteund met blogposts per hoofdstuk waar commentaar geleverd kan worden, en wordt de volledige referentie lijst van alle aangehaalde blogposts elektronisch beschikbaar gesteld. Een heuse crossmediale uitgave dus.
Het boek is ontstaan op de golven van de bibliotheek 2.0 discussies, maar gaat over veranderingen en innovaties in het bibliotheeklandschap in een veel wijder verband. Waar sommige bibliotheek 2.0 boeken zich bezig houden met de toepassing in bibliotheken van de mooie tools en gadgets die we de laatste jaren ter beschikking hebben gekregen via het web. Daar gaat dit boek niet over. Walt Crawford probeert de ontwikkelingen in een breder kader te stellen en geeft hij duidelijk aan dat bibliotheken altijd al bezig geweest zijn met innovaties en veranderingen. Bibliotheek 2.0 komt wat dat betreft niet zomaar uit de lucht vallen. Het is een boek dat een goede inleiding, en samenvatting geeft van de hele bibliotheek 2.0 discussie. Het zou derhalve niet mogen ontbreken op de verplichte leeslijst van iedere IDM student en als zodanig ook verplichte kost voor medewerkers van bibliotheken –openbaar, medisch, hogeschool of academisch- dat doet er niet toe. Kortom een absolute aanrader dus.
Wat tref je dan aan in dit boek? Het boek bevat vijftien hoofdstukken die ieder tamelijk zelfstandig gelezen kunnen worden. Het eerste hoofdstuk bevat elementen uit Cites & Insights 6:2 en 6:9 en verklaren waarom hij over balanced libraries schrijft in plaats van de modeterm library 2.0. Hoofdstuk 2.0 gaat in op het thema 'de gebruiker centraal'. Een eerste versie van dit hoofdstuk verscheen als Cites & Insights 7:1. Hoofdstuk 3 gaat in op de fysieke ruimte die de bibliotheek is. Library as place, zoals dat zo mooi in het Engels klinkt. Hoofdstuk 4 handelt over collectievorming, maar vooral collecties van boeken. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op levenslang leren voor bibliotheekmedewerkers en bijblijven. Je hoeft niet alles te doen, maar kies dat wat bij je past. Hoofdstuk 6 gaat over de opeenvolging van generaties, over gen-X, of de millenials. Hij brengt dat terug tot discussies die altijd al gevoerd zijn, en altijd gevoerd zullen worden. In het vervolg hoofdstuk gaat hij verder in op de probleem die kunnen ontstaan wanneer staf of gebruikers nu niet mee willen veranderen. Hoe krijg je ze dan wel mee. Hoofdstuk 8 is voor een groot deel gebaseerd op zijn eerste essay over bibliotheek 2.0 dat verscheen in Cites & Insights 6:2. In dit hoofdstuk gaat hij in op het commentaar dat daarop verscheen. Hoofdstuk 9 verscheen in zijn geheel als onderdeel van een recent issue van Cites & Insights 7:4. In hoofdstuk 10 wordt ingegaan op ideeën voor nieuwe diensten. Het vertellen van de verhalen, het betrekken van je leden oftewel het verkopen dan wel neerzetten van je bibliotheek komt in hoofdstuk 11 aanbod. In hoofdstuk 12 gaat Crawford in op de zogenaamde concurrentie met Google cs. en pleit hij ervoor om de nieuwe media moguls vooral niet als concurrenten te zien. In hoofdstuk 13 wijst hij er op dat wat voor de ene bibliotheek werkt niet voor een andere hoeft te werken. Een eerste versie van hoofdtuk 14 verscheen ook al in Cites & Insights 7:2, en gaat over evenwicht in het dagelijks leven. En voor de echte liefhebbers van de recente bibliotheekgeschiedenis rakelt hij in hoofdstuk 15 de ontwikkelingen in bibliotheekautomatisering van de laatste 40 jaar nog eens op.
Wanneer je het niet zelf besteld, binnenkort te leen bij iedere(?) bibliotheek bij u om de hoek.
Labels: Bibliotheek 2.0, Boek recensie, Crawford
28 mei 2007
Het IP10 debat in de Rode Hoed
Afgelopen donderdag vierde de InformatieProfessional haar feestje met een debat over de toekomst van het vaktijdschrift in de Rode Hoed. Er waren slechts zo'n 50 deelnemers op afgekomen hetgeen ik wel jammer vind. De aftrap voor deze middag werd gegeven door de kersverse hoofdredacteur Bram Donkers, die de DVD met 10 jaargangen IP presenteerde en overhandigde aan Otto Cramwinkel, de uitgever van IP. De echte middag start met een serieuze keynote.
Richard Rogers hield een razend interessante lezing informatiepolitiek. Over de invloed van Google cs op onze perceptie van de wereld. De achterliggende vraag, die Rogers en zijn groep onderzoekt, is wie er tegenwoordig bepaald welke informatie wij te zien krijgen, en dientengevolge het failliet van de oude instituties op hun eigen expertises. Zie trouwens ook de alarmbel in mijn vorige post of bij de MIM. Wat Rogers trouwens voortreffelijk illustreerde in zijn verhaal is de achteruitgang de rol van de directory in Google, zover dat sinds de invoering van de metasearch over de verschillende Google bronnen deze week de directory volledig lijkt te zijn verdwenen -maar gelukkig met Google wel te vinden is. Bijna het failliet van het eerste navigatiesystemen op het Web. Dat had ik nog niet gespot, hoewel ik Intute ook nog steeds koester. Maar hoe interessant de lezing van Rogers ook was. De middag draaide natuurlijk om het debat over de toekomst van het vaktijdschrift.
Bram Donkers startte de discussie met de zaal, pas in tweede instantie werd een panel gepresenteerd van Wim Verbei de ex-hoofdredacteur van de IP en nu hoofdredacteur van Media Facts, Gerard Bierens, Flox de Hartog die soms fel van leer trekt op Nedbib-L en mijzelf. De discussie ging aan de hand van wat stellingen –die wij als panel van te voren deels gezien hadden. De tijd vloog om, en ik mocht regelmatig reageren omdat ik in het panel zat, maar de stellingen gingen wel erg van de hak op de tak. Het leek of Bram wat teveel verschillende onderwerpen bij de kop wilde pakken, maar ze lagen wel te ver uit elkaar, daardoor was het moeilijk om een rode draad te trekken door de middag. Dit tot woede van een toehoorder. Het zal nog niet meevallen voor de redacteuren van de IP om daar een goed verslag uit te destileren in een van de volgende nummers.
Over een van de stellingen, "niemand leest nog een artikel van 4000 woorden" herlas ik later op de avond weer een stukje van de laatste Cites & Insights (p.4) waarin de trend aangehaald wordt dat jongeren juist weer veel lezen. Er is sprake van een Harry Potter generatie. Dit illustreert wel een beetje het probleem van discussiëren over stellingen zonder dat de onderliggende feiten duidelijk zijn.
Een discussie over de NVB krant -nog steeds het laatste nummer niet aanwezig-, kon heel snel worden kortgesloten omdat mijn mening daarover al wijd en zijd bekend verondersteld mag worden. Alleen jammer dat niemand in de zaal precies de relatie van de NVB met Informatie Professional en Essentials Media kon duiden. Traditioneel krijgen NVB leden korting op een IP abonnement, maar het afgelopen jaar kregen we een gratis abonnement op Intellectueel Kapitaal. Heeft de Informatie Professional kansen laten liggen om samen met de NVB nieuwe formules te ontwikkelen en congressen te organiseren?
Interessant was daarom wat Wim Verbei te berde bracht over tijdschriften. Vaktijdschriften globaal gezien, verliezen terrein op abonnementen maar groeien sterk op elektronisch gebied en in de evenementenmarkt (congressen, beurzen en dat soort dingen). In feite dus traditionele papieren tijdschriften die steeds meer crossmediaal opereren. Wat mij echter het meest verbaasde was Wim zijn opmerking aan het eind van het debat. Toen ik weer eens een lans brak voor een ijzersterk elektronisch platform waar als het ware een papieren versie uit getrokken werd, door Wim afgedaan werd als onzin. Volgens Wim ging het toen ineens slechts enkel en alleen over de kunst van het maken van goede papieren tijdschriften en was de rest complete onzin. Helaas mocht op dat moment de discussie geen doorgang vinden, terwijl ik op het puntje van mijn stoel zat. We werden toen door de klok teruggefloten.
Er resten een borrel en een zeer aangenaam eten met enkele redactieleden van de IP. Waar is waar. Ik mocht nog een DVD met 10 jaargangen IP in de tas steken. Binnenkort te leen via onze Bieb.
Andere verslagen van deze middag lees inmiddels je bij Jan, of Jos en nog een keer.
Richard Rogers hield een razend interessante lezing informatiepolitiek. Over de invloed van Google cs op onze perceptie van de wereld. De achterliggende vraag, die Rogers en zijn groep onderzoekt, is wie er tegenwoordig bepaald welke informatie wij te zien krijgen, en dientengevolge het failliet van de oude instituties op hun eigen expertises. Zie trouwens ook de alarmbel in mijn vorige post of bij de MIM. Wat Rogers trouwens voortreffelijk illustreerde in zijn verhaal is de achteruitgang de rol van de directory in Google, zover dat sinds de invoering van de metasearch over de verschillende Google bronnen deze week de directory volledig lijkt te zijn verdwenen -maar gelukkig met Google wel te vinden is. Bijna het failliet van het eerste navigatiesystemen op het Web. Dat had ik nog niet gespot, hoewel ik Intute ook nog steeds koester. Maar hoe interessant de lezing van Rogers ook was. De middag draaide natuurlijk om het debat over de toekomst van het vaktijdschrift.
Bram Donkers startte de discussie met de zaal, pas in tweede instantie werd een panel gepresenteerd van Wim Verbei de ex-hoofdredacteur van de IP en nu hoofdredacteur van Media Facts, Gerard Bierens, Flox de Hartog die soms fel van leer trekt op Nedbib-L en mijzelf. De discussie ging aan de hand van wat stellingen –die wij als panel van te voren deels gezien hadden. De tijd vloog om, en ik mocht regelmatig reageren omdat ik in het panel zat, maar de stellingen gingen wel erg van de hak op de tak. Het leek of Bram wat teveel verschillende onderwerpen bij de kop wilde pakken, maar ze lagen wel te ver uit elkaar, daardoor was het moeilijk om een rode draad te trekken door de middag. Dit tot woede van een toehoorder. Het zal nog niet meevallen voor de redacteuren van de IP om daar een goed verslag uit te destileren in een van de volgende nummers.
Over een van de stellingen, "niemand leest nog een artikel van 4000 woorden" herlas ik later op de avond weer een stukje van de laatste Cites & Insights (p.4) waarin de trend aangehaald wordt dat jongeren juist weer veel lezen. Er is sprake van een Harry Potter generatie. Dit illustreert wel een beetje het probleem van discussiëren over stellingen zonder dat de onderliggende feiten duidelijk zijn.
Een discussie over de NVB krant -nog steeds het laatste nummer niet aanwezig-, kon heel snel worden kortgesloten omdat mijn mening daarover al wijd en zijd bekend verondersteld mag worden. Alleen jammer dat niemand in de zaal precies de relatie van de NVB met Informatie Professional en Essentials Media kon duiden. Traditioneel krijgen NVB leden korting op een IP abonnement, maar het afgelopen jaar kregen we een gratis abonnement op Intellectueel Kapitaal. Heeft de Informatie Professional kansen laten liggen om samen met de NVB nieuwe formules te ontwikkelen en congressen te organiseren?
Interessant was daarom wat Wim Verbei te berde bracht over tijdschriften. Vaktijdschriften globaal gezien, verliezen terrein op abonnementen maar groeien sterk op elektronisch gebied en in de evenementenmarkt (congressen, beurzen en dat soort dingen). In feite dus traditionele papieren tijdschriften die steeds meer crossmediaal opereren. Wat mij echter het meest verbaasde was Wim zijn opmerking aan het eind van het debat. Toen ik weer eens een lans brak voor een ijzersterk elektronisch platform waar als het ware een papieren versie uit getrokken werd, door Wim afgedaan werd als onzin. Volgens Wim ging het toen ineens slechts enkel en alleen over de kunst van het maken van goede papieren tijdschriften en was de rest complete onzin. Helaas mocht op dat moment de discussie geen doorgang vinden, terwijl ik op het puntje van mijn stoel zat. We werden toen door de klok teruggefloten.
Er resten een borrel en een zeer aangenaam eten met enkele redactieleden van de IP. Waar is waar. Ik mocht nog een DVD met 10 jaargangen IP in de tas steken. Binnenkort te leen via onze Bieb.
Andere verslagen van deze middag lees inmiddels je bij Jan, of Jos en nog een keer.
Labels: crossmedia, Informatie Professional
25 mei 2007
Google wat moet ik vandaag bloggen?
Gisteren refereerde Richard Rogers tijdens de IP 10 debat al even naar de uitlatingen van Eric Scmidt, dat Google nog verder je leven in wil kruipen dan het nu al doet. Eric Schmidt (VP Google) stelde in de FT ondermeer het volgende:
Phil Bradley linkt vervolgens ook nog eens naar wat Google intresses in Biotech. Dan wordt het inderdaad scary stuff. Ik vermoed dat de politiek het netjes bij het college bescherming persoonsgegevens neerlegt. En wij er vervolgens nooit meer wat van horen.
De wakkere makkers riepen ooit "Wakker worden", maar die zijn ook zachtjes in slaap gesukkeld -dat heb ik ooit al eens voorspeld-. Daarom maar van deze webstek: Wakker worden!
gathering more personal data was a key way for Google to expand and the company believes that is the logical extension of its stated mission to organise the world’s information.
Wat mij het meest verbaasd is dat er (nog) geen Nederlandse kranten die dit hebben overgenomen. (Bijna) Geen zoek blogs het er over hebben (kom op MarketingFacts!) en er nog geen kamervragen gesteld zijn. De grootste persoonlijke database van de wereld? En wanneer je dan eens wat anders wil komt Google met goed advies?
“The goal is to enable Google users to be able to ask the question such as ‘What shall I do tomorrow?’ and ‘What job shall I take?’ ”
Phil Bradley linkt vervolgens ook nog eens naar wat Google intresses in Biotech. Dan wordt het inderdaad scary stuff. Ik vermoed dat de politiek het netjes bij het college bescherming persoonsgegevens neerlegt. En wij er vervolgens nooit meer wat van horen.
De wakkere makkers riepen ooit "Wakker worden", maar die zijn ook zachtjes in slaap gesukkeld -dat heb ik ooit al eens voorspeld-. Daarom maar van deze webstek: Wakker worden!
24 mei 2007
Google books gaat naar Gent
Laurent Meese schreef net dat Google Books de bibliotheek van Gent gaat digitaliseren. Dat wordt dan de eerste substantieele Nederlandstalige collectie in Google Books. Eric Sieverts opperde het idee onlangs voor de UBU. Gent is ze voor.
Welke (echte) Nederlandse bibliotheek zal volgen?
Welke (echte) Nederlandse bibliotheek zal volgen?
Labels: Gent, Google books
Wat meer bewijs voor Library 2.0
Evidence Based Librarianship krijgt over het algemeen wat weinig aandacht. Toch zijn er naast de beroemde lies en damned lies, heel wat relevante informatie uit statistieken halen. Tot voor kort waren en weinig gegevens voorhanden om IM (MSN, en zo) vragendienstverlening te ondersteunen. Ik verwees al eerder naar trieste cijfers als 1 tot 2% voor IM van het totaal aan vragen aan bibliotheken dat werd afgehandeld.
Gisteren haalde Edwin op de bibliotheek 2.0 ning (wordt lid!) een presentatie aan van John Hubbard van de University of Wisconsin. Daarin wordt in de 14e slide getoond dat meer dan de helft van de (elektronische) reference vragen bij de bibliohteek aan de universiteit van Wisconsin via IM gesteld worden.
Het is daar dus ruim meer geworden dan vragen per e-mail. Wat er aan de balie of per telfoon afgehandeld wordt weten we niet. Natuurlijk zij er haken en ogen aan deze cijfers. Meetmethode en vergelijkbaarheid. Aantallen of sessies. Maar het plaatje is wel powerfull.
Trouwens wel een presentatie om in zijn geheel naar te kijken. Er zit nog meer in....
Gisteren haalde Edwin op de bibliotheek 2.0 ning (wordt lid!) een presentatie aan van John Hubbard van de University of Wisconsin. Daarin wordt in de 14e slide getoond dat meer dan de helft van de (elektronische) reference vragen bij de bibliohteek aan de universiteit van Wisconsin via IM gesteld worden.
Het is daar dus ruim meer geworden dan vragen per e-mail. Wat er aan de balie of per telfoon afgehandeld wordt weten we niet. Natuurlijk zij er haken en ogen aan deze cijfers. Meetmethode en vergelijkbaarheid. Aantallen of sessies. Maar het plaatje is wel powerfull.
Trouwens wel een presentatie om in zijn geheel naar te kijken. Er zit nog meer in....
Labels: Evidence Based Librarianship
23 mei 2007
10 jaar : Een vakblad en de blogs
Morgen is het IP 10 debat in de Rode Hoed. De aanleiding, het zal U niet ontgaan zijn, is het afronden van de eerste 10 jaargangen van de Informatie Professional. Een blad dat ik trouwens zeer graag lees, maar soms wel kritisch over ben. Volgens mij mag dat, wanneer je het wel met redenen omkleed. Iets wat ik altijd wel probeer.
Het toeval wil, dat de blogs zo rond deze tijd ook hun tienjarig jubileum vieren. Marie José Klaver attendeerde mij in mijn nrc.next gisteren op dit heugelijke feit. In het NRC stond het ook. De eerste nederlandse biblioblogs zijn dan wel niet zo oud, maar in 2001 was Gerard zonder haast dan toch als eerste biblioblogger daadwerkelijk begonnen.
Toch wel aardig om dan weer eens het hoofdartikel ter ere van het eerste lustrum van de IP weer terug te lezen. De IP Flash en website werden als belangrijke punten gekenmerkt. Multimediaal wordt genoemd, maar blogs komen in dat artikel nog niet voor. Het is trouwens pas sinds kort dat de IP Flash, of de feed, echt interessant geworden is wat de dagelijkse berichtgeving betreft (een compliment voor Marie José Klaver is wat dat betreft wel op zijn plaats). Toch ben ik zo naief om te veronderstellen dat (biblio)blogs zich ondertussen ook een vaste plek hebben veroverd in de aandacht van informatieprofessionals. Wanneer je niet zo gelukkig bent dat je naar de VS mag afreizen om CIL 2007 conferentie bij te wonen dan zijn er duizenden blogposts om je over dit evenement te informeren. Alleen dit al is een hele aardige reden om een goed gevulde feed reader te hebben op je vakgebied. De laatste CWIS bijeenkomst illustreert hetzelfde beeld wat dichter bij huis.
Een vaktijdschrift, anno nu, moet deze trend zeer serieus nemen. Zeker wanneer je je op het informatiedomein begeeft waar alle veranderingen en trends in redelijk tempo doorgevoerd worden. Er blijft voorlopig -de komende vijf jaar, verder durf ik op dit vakgebied niet te kijken- ruimte voor een papieren uitgave mits dit ondersteund wordt door een ijzersterke elektronische formule. De elektronische informatievoorziening zal alleen maar belangrijker, natuurlijker en gewoner worden. Net zo gewoon als een papieren tijdschrift in de groen PTT brievenbus.
En wat morgen betreft. Ik telde zo maar 4 tot 5 bibliobloggers op de lijst daar gaat vast wat moois van komen.
Het toeval wil, dat de blogs zo rond deze tijd ook hun tienjarig jubileum vieren. Marie José Klaver attendeerde mij in mijn nrc.next gisteren op dit heugelijke feit. In het NRC stond het ook. De eerste nederlandse biblioblogs zijn dan wel niet zo oud, maar in 2001 was Gerard zonder haast dan toch als eerste biblioblogger daadwerkelijk begonnen.
Toch wel aardig om dan weer eens het hoofdartikel ter ere van het eerste lustrum van de IP weer terug te lezen. De IP Flash en website werden als belangrijke punten gekenmerkt. Multimediaal wordt genoemd, maar blogs komen in dat artikel nog niet voor. Het is trouwens pas sinds kort dat de IP Flash, of de feed, echt interessant geworden is wat de dagelijkse berichtgeving betreft (een compliment voor Marie José Klaver is wat dat betreft wel op zijn plaats). Toch ben ik zo naief om te veronderstellen dat (biblio)blogs zich ondertussen ook een vaste plek hebben veroverd in de aandacht van informatieprofessionals. Wanneer je niet zo gelukkig bent dat je naar de VS mag afreizen om CIL 2007 conferentie bij te wonen dan zijn er duizenden blogposts om je over dit evenement te informeren. Alleen dit al is een hele aardige reden om een goed gevulde feed reader te hebben op je vakgebied. De laatste CWIS bijeenkomst illustreert hetzelfde beeld wat dichter bij huis.
Een vaktijdschrift, anno nu, moet deze trend zeer serieus nemen. Zeker wanneer je je op het informatiedomein begeeft waar alle veranderingen en trends in redelijk tempo doorgevoerd worden. Er blijft voorlopig -de komende vijf jaar, verder durf ik op dit vakgebied niet te kijken- ruimte voor een papieren uitgave mits dit ondersteund wordt door een ijzersterke elektronische formule. De elektronische informatievoorziening zal alleen maar belangrijker, natuurlijker en gewoner worden. Net zo gewoon als een papieren tijdschrift in de groen PTT brievenbus.
En wat morgen betreft. Ik telde zo maar 4 tot 5 bibliobloggers op de lijst daar gaat vast wat moois van komen.
Labels: Biblioblogs, Informatie Professional
22 mei 2007
Wat zit er in Web 2.0, maar niet in Library 2.0
Gisteren zag ik dat Phil Bradley zijn nieuwe boek over de toepassing van Web 2.0 in bibliotheken gepubliceerd heeft. Wanneer je door de inhoudsopgave heengaat zie je dat het helemaal over social software toepassingen in de bibliotheek gaat. 12 hoofdstukken, zo te zien tamelijk praktisch georienteerd, over bloggen, Flickr, IM, startpagina's etc.
Binnenkort zal het verlate boek van Meredith Farkas ook wel eindelijk komen. Zoals de titel aangeeft gaat dit boek vooral over social software in bibliotheken. Via de inhoudsopgave van het boek krijg je daar een goede indruk van het boek(het is trouwens zeer de moeite waard om de links per hofdstuk eens af te lopen). Ook hier bloggen, wiki's, podcasts etc..
Als derde voorbeeld het recente boek van Michael Casey en Savastinuk, meer filosofisch georienteerd zo te zien aan de inhoudsopgave. Dat mag ook wel van diegene die de term library 2.0 gelaceerd heeft, en het eerste lemma in de wikipedia er over schreef. Maar wanneer het op het implementeren van library 2.0 in de praktijk aan komt weer zo'n rijtje social software applicaties (hoofdstuk 6.0). Allemaal belangrijk natuurlijk, maar ik mis in al die boeken een belangrijk aspect van web 2.0 toepassingen in bibliotheken.
Het was daarom een verademing om in de twee laatste Informatie Professionals de artikelen van Theo Veen en Paul Doorenbosch te lezen over de nieuwe gegevens arichitectuur van de KB en de toepassing die mogelijk worden. Zonder al te technisch te woorden schetsen ze een belangrijke toepassing van Web 2.0 technology in bibliotheken. Diensten die meer doen met de geweldige berg aan gegevens metadata waar we op zitten. Laat die data eens harder werken. Bouw nieuwe toepassingen. Combineer en deel.
Dat is een web 2.0 aspect dat in de meeste library 2.0 discussies niet de aandacht krijgt die het verdient. Af en toe in de wat meer technische rapporten over vernieuwing rond de OPAC. Maar er is in veel (wetenschappelijke) bibliotheken meer dan alleen de bibliotheekcatalogus om mee te gaan stoeien.
Ik heb de heren al eens eerder bezongen in dit blog. Nu alleen nog eens zien wanneer deel twee ook elektronisch beschikbaar komt.
Literatuur
Doorenbosch, P. and T. van Veen (2007). Nieuwe gegevensarchitectuur ondersteunt nieuwe diensten. Informatie Professional 11(4): 24-29. http://research.kb.nl/pdf/IP200704_24_29.pdf
van Veen, T. and P. Doorenbosch (2007). KB gegevensarchitectuur ondersteunt nieuwe diensten. Informatie Professional 11(5): 24-31. http://ieno.pbwiki.com/f/webservices-2.pdf
Updated met link naar het tweede artikel. Dank aan de Saskia Scheltjens
Binnenkort zal het verlate boek van Meredith Farkas ook wel eindelijk komen. Zoals de titel aangeeft gaat dit boek vooral over social software in bibliotheken. Via de inhoudsopgave van het boek krijg je daar een goede indruk van het boek(het is trouwens zeer de moeite waard om de links per hofdstuk eens af te lopen). Ook hier bloggen, wiki's, podcasts etc..
Als derde voorbeeld het recente boek van Michael Casey en Savastinuk, meer filosofisch georienteerd zo te zien aan de inhoudsopgave. Dat mag ook wel van diegene die de term library 2.0 gelaceerd heeft, en het eerste lemma in de wikipedia er over schreef. Maar wanneer het op het implementeren van library 2.0 in de praktijk aan komt weer zo'n rijtje social software applicaties (hoofdstuk 6.0). Allemaal belangrijk natuurlijk, maar ik mis in al die boeken een belangrijk aspect van web 2.0 toepassingen in bibliotheken.
Het was daarom een verademing om in de twee laatste Informatie Professionals de artikelen van Theo Veen en Paul Doorenbosch te lezen over de nieuwe gegevens arichitectuur van de KB en de toepassing die mogelijk worden. Zonder al te technisch te woorden schetsen ze een belangrijke toepassing van Web 2.0 technology in bibliotheken. Diensten die meer doen met de geweldige berg aan gegevens metadata waar we op zitten. Laat die data eens harder werken. Bouw nieuwe toepassingen. Combineer en deel.
Dat is een web 2.0 aspect dat in de meeste library 2.0 discussies niet de aandacht krijgt die het verdient. Af en toe in de wat meer technische rapporten over vernieuwing rond de OPAC. Maar er is in veel (wetenschappelijke) bibliotheken meer dan alleen de bibliotheekcatalogus om mee te gaan stoeien.
Ik heb de heren al eens eerder bezongen in dit blog. Nu alleen nog eens zien wanneer deel twee ook elektronisch beschikbaar komt.
Literatuur
Doorenbosch, P. and T. van Veen (2007). Nieuwe gegevensarchitectuur ondersteunt nieuwe diensten. Informatie Professional 11(4): 24-29. http://research.kb.nl/pdf/IP200704_24_29.pdf
van Veen, T. and P. Doorenbosch (2007). KB gegevensarchitectuur ondersteunt nieuwe diensten. Informatie Professional 11(5): 24-31. http://ieno.pbwiki.com/f/webservices-2.pdf
Updated met link naar het tweede artikel. Dank aan de Saskia Scheltjens
Labels: Bibliotheek 2.0, Web 2.0
20 mei 2007
Jan zijn bibliotheek 2.0
Jan Tweepuntnul heeft van het weekend een zeer boeiende post geschreven over de betekenis van biep tweepuntnul. Jan begint op positieve toon.
Ik geloof niet dat huidige bibliotheken aan het eind van hun Latijn zijn. Wel is het belangrijk dat bibliotheken met hun tijd mee veranderen. Door de gebruiker centraal te stellen en te kijken wel bibliotheekdiensten daar op afgestemd kunnen worden krijgen we een interessant samenspel tussen bibliothecaris en bibliotheekgebruiker. Of dit het ineenschuiven van professionalisme en amateurisme is durf ik te betwijfelen.
Wanneer we in de volgende paragaaf van Jan
Met zulke bibliotheken is er ruimte voor veel verschillende bibliotheken. Ieder met hun lokale couleur. Daar past geen van boven opgelegd beleid bij. Dat is een zaak van bibliotheken en hun gebruikers. Wel is het belangrijk om van elkaar te leren.
Wat werkt, wat niet werkt en waarom.
Het is zeer de moeite waard om die post van Jan in zijn geheel te lezen en over na te denken. En er met collega's over van gedachten te wisselen.
Bibliotheek 2.0 heeft zich als begrip inmiddels bewezenHet bewijs dat hij hiervoor aanvoert is de redelijk succesvolle Bibliotheek 2.0 Ning community. De nadruk die ik wil leggen ligt op het kleine woordje begrip. Bibliotheek 2.0 wordt veel lippendienst bewezen, maar het internaliseren van het begrip bibliotheek 2.0 is natuurlijk de kern van de zaak waar het allemaal om draait. De gebruiker centraal stellen dat gebeurt nog veel te weinig.
Ik geloof niet dat huidige bibliotheken aan het eind van hun Latijn zijn. Wel is het belangrijk dat bibliotheken met hun tijd mee veranderen. Door de gebruiker centraal te stellen en te kijken wel bibliotheekdiensten daar op afgestemd kunnen worden krijgen we een interessant samenspel tussen bibliothecaris en bibliotheekgebruiker. Of dit het ineenschuiven van professionalisme en amateurisme is durf ik te betwijfelen.
Wanneer we in de volgende paragaaf van Jan
In Bibliotheek 2.0 of de 'Tweede Bibliotheek' krijgt de bibliotheekgebruiker het woord. In Bibliotheek 2.0 kan het huis van de amateurbibliothecaris een filiaal van de locale bibliotheek worden, is de kennis van bibliotheekgebruikers belangrijker dan die van de bibliothecaris en kunnen collecties en kennis van individuen verbonden en ontsloten worden via het bibliotheeksysteem."krijgt de bibliotheekgebruiker het woord" iets aanpassen naar "wordt er naar de bibliotheekgebruiker geluisterd" en balans brengen tussen bibliotheekgebruiker en bibliothecaris door te stellen "de kennis van bibliotheekgebruikers net zo belangrijk als die van de bibliothecaris" dan krijgen we die zo mooi gedroomde bibliotheek van "collecties en kennis van individuen verbonden en ontsloten worden via het bibliotheeksysteem". Dat vind ik een passende bibliotheek 2.0 die de moeite waard is om na te streven.
Met zulke bibliotheken is er ruimte voor veel verschillende bibliotheken. Ieder met hun lokale couleur. Daar past geen van boven opgelegd beleid bij. Dat is een zaak van bibliotheken en hun gebruikers. Wel is het belangrijk om van elkaar te leren.
Wat werkt, wat niet werkt en waarom.
Het is zeer de moeite waard om die post van Jan in zijn geheel te lezen en over na te denken. En er met collega's over van gedachten te wisselen.
Labels: Bibliotheek 2.0
16 mei 2007
Een tip voor muziekweb
Het moet me eerst van het hart dat ik Muziekweb een prachtige dienst vind. Vet gaaf. Ik ben altijd verbaasd over de hoeveelheid CD's er zijn in mijn eigen bibliotheek, maar vaak net niet datgene wat ik zelf zou willen. Een tijdje terug daarom maar eens voorzichtig muziekweb getest.
En het werkt vlekkeloos. Prachtig. Wat een geweldige dienst.
Alleen wat mij wel verbaasde is het feit dat ik vanmiddag zelf op het fietsje naar mijn eigen bibliotheek moest om de CD's af te halen. Dat laatste zou toch beter kunnen.
Stel je eens voor, in Rotterdam vist iemand de CD's van mijn keuze uit de bakken. Stopt die in een eveloppe en dit wordt per post naar de bibliotheek in Wageningen gestuurd. Een en ander aan labels, adressen, wordt natuurlijk begeleid door wat handige automatisering, zodat ik ook een mailtje krijg dat mijn CD's in Wageningen klaar liggen. In Wageningen ontvangt men de CD's. Haalt het uit de enveloppe. Doet er een versgestempeld Wagenings datumbriefje bij en zet het klaar op de plank van reserveringen. Ik laat er een paar dagen overheen gaan. Iemand pakt het dus nog een keer op en zet het weer neer bij de items die al een week niet opgehaald zijn. Al met al neemt het hele traject wel het een en ander aan handelingskosten met zich mee.
Muziekweb, ooit het sommetje gemaakt om het rechtstreeks naar de aanvrager te sturen? Misschien als ik zo brutaal mag zijn, een geadresseerde en gefrankeerde retourenveloppe overwogen? Het zou net de puntjes op de i zetten voor deze service.
Ben ik dan helemaal van de wereld?
Niet helemaal. Lees eens wat David Lee King schrijft over de openbare bibliotheek van Topeka & Shawnee County: "we do in fact mail ALL HOLDS to patrons. That means books, videos, and music - whatever was requested." en de bibliotheekgebruikers? "Why in the world do we do this? Because our patrons absolutely love the service". In Topeka hebben ze ook eens aar de kosten van het klassieke reserveringssysteem gekeken. King schrijft hierover "Awhile back, Topeka looked into cost savings of the mailing holds program (packaging and mailing items) vs. doing holds the normal way (a shelf in the library, constant babysitting of said shelf, staff time to shelve, reshelve, calling patrons who forgot to pick up items, etc). The cost savings, believe it or not, was minimal"
Muziekweb, ooit deze sommetjes gemaakt?
Ik kan me voorstellen dat er meer gebruikers zijn die dit zouden kunnen waarderen.
En het werkt vlekkeloos. Prachtig. Wat een geweldige dienst.
Alleen wat mij wel verbaasde is het feit dat ik vanmiddag zelf op het fietsje naar mijn eigen bibliotheek moest om de CD's af te halen. Dat laatste zou toch beter kunnen.
Stel je eens voor, in Rotterdam vist iemand de CD's van mijn keuze uit de bakken. Stopt die in een eveloppe en dit wordt per post naar de bibliotheek in Wageningen gestuurd. Een en ander aan labels, adressen, wordt natuurlijk begeleid door wat handige automatisering, zodat ik ook een mailtje krijg dat mijn CD's in Wageningen klaar liggen. In Wageningen ontvangt men de CD's. Haalt het uit de enveloppe. Doet er een versgestempeld Wagenings datumbriefje bij en zet het klaar op de plank van reserveringen. Ik laat er een paar dagen overheen gaan. Iemand pakt het dus nog een keer op en zet het weer neer bij de items die al een week niet opgehaald zijn. Al met al neemt het hele traject wel het een en ander aan handelingskosten met zich mee.
Muziekweb, ooit het sommetje gemaakt om het rechtstreeks naar de aanvrager te sturen? Misschien als ik zo brutaal mag zijn, een geadresseerde en gefrankeerde retourenveloppe overwogen? Het zou net de puntjes op de i zetten voor deze service.
Ben ik dan helemaal van de wereld?
Niet helemaal. Lees eens wat David Lee King schrijft over de openbare bibliotheek van Topeka & Shawnee County: "we do in fact mail ALL HOLDS to patrons. That means books, videos, and music - whatever was requested." en de bibliotheekgebruikers? "Why in the world do we do this? Because our patrons absolutely love the service". In Topeka hebben ze ook eens aar de kosten van het klassieke reserveringssysteem gekeken. King schrijft hierover "Awhile back, Topeka looked into cost savings of the mailing holds program (packaging and mailing items) vs. doing holds the normal way (a shelf in the library, constant babysitting of said shelf, staff time to shelve, reshelve, calling patrons who forgot to pick up items, etc). The cost savings, believe it or not, was minimal"
Muziekweb, ooit deze sommetjes gemaakt?
Ik kan me voorstellen dat er meer gebruikers zijn die dit zouden kunnen waarderen.
Labels: Muziekweb
15 mei 2007
7 ijzersterke tips over RSS
Educause heeft net een handige samenvattende omschrijving van RSS gepubliceerd. Wat is het, wat kan je er mee en hoe past het in de onderwijs praktijk. Voor bloggers misschien gesneden koek, maar informeer eens bij tien andere collega's of die gebruik maken van RSS.
Ik zie ondertussen RSS als het cement tussen allerlei webapplicaties, maar moet alleen onze ICT afdeling daar nog van overtuigen.
Ik zie ondertussen RSS als het cement tussen allerlei webapplicaties, maar moet alleen onze ICT afdeling daar nog van overtuigen.
Librarians in the movies
Hilarisch!
I once worked for an English company and had this little small print in my contract: "Thy shall play cricket once a month".
Which was actually a great deal of fun.
Hat tip: David Rothman
Labels: Comedy
08 mei 2007
Toch een omnivoor. Wat ben jij?
Gisteren rapporteerde Edwin al dat hij in de categorie der omnivoren viel. Zelf schatte ik me niet als zo'n voorloper in. Eerder een een productivity enhancer of zoiets.
Vandaag maar eens de test gedaan. Toch een omnivoor.
Wat ben jij?
Vandaag maar eens de test gedaan. Toch een omnivoor.
Wat ben jij?
Labels: Quiz
07 mei 2007
De vernieuwde website van Library Journal

Hield ik gisteren nog een pleidooi voor een ijzersterke elektronische formule achter een papieren vaktijdschrfit om te overleven. Zag ik vandaag dat de site van Library Journal was veranderd.
Story tools om een artikel te mailen of af te drukken maar ook om toe te voegen aan del.icio.us, MyYahoo! Digg of Newsvine, of meteen te bloggen met Blogger of LiveJournal. Een niet te missen uitnodiging om commentaar achter te laten en er wordt verwezen naar een aantal gerelateerde artikelen.
Kans bestaat dat de lezer wat langer stilstaat bij deze mogelijkheden en er iets mee gaat doen. Vandaag misschien nog niet, anders morgen wel.
Hattip: Nicole Engard
Labels: tijdschriften
06 mei 2007
Boter bij de vis, graag
Eergisteren mochten bij mij de IK Intellectueel Kapitaal, en de NVBkrant weer in de standaard uitgave groene PTT brievenbus vallen. De NVBkrant eens doorgebladerd, maar daarna eerst het artikel Wisdom of Crows in de IK echt gelezen. Mijn eerste gedachte was een reactie te bloggen op het beschreven experiment met 0 vrijheidsgraden waar een weinig doortimmerd verhaal over wordt gepubliceerd. Die reactie wilde ik gaan bloggen tot mijn oog bleef steken bij het editorial van de IK. Het redactionele commentaar, zeg maar. Henk Verbooy heeft een goede kennis, W, die denkt dat print heeft afgedaan. Verbooy is het daar niet mee eens en zet zijn vriend W bij in het rijk der uitstervende dinosauriërs. Niet zo aardig om een vriend zo bij het oud vuil te zetten, maar heeft die vriend W, misschien niet een klein beetje gelijk?
Zelf kom ik uit een universitaire bibliotheekomgeving, en kan alleen maar vaststellen dat de vervanging van print door elektronisch voor tijdschriften opgeld doet. Studenten en professoren gelijk, zij zoeken liever iets langer naar een elektronisch artikel dat hun argument kracht bijzet, dan dat ze naar de bibliotheek komen om geschikter artikel in een papieren tijdschrift te raadplegen.
Misschien doelt Verbooy niet op elektronische wetenschappelijke tijdschriften. Laat ik daarom eens wat e-zines uit de bibliotheekwereld bij de kop nemen. Walt Crawford (2006, p7-8.) gaf een tijdje terug een aardig overzichtje van vroege bibliotheek gerelateerde e-zines: New Breed Librarian, Library Juice, Newsletter on Serial Pricing Issues, Free Online Scholarship News Letter, LLRX, Current Cites, Ex Libris, Cites & Insights, Resourceshelf en D-Lib Magazine. Ik kan het lijstje verder aanvullen met Ariadne, First Monday en Information Research. Geen van deze bibliotheek gerelateerde e-zines heeft ondertussen een papieren pendant gekregen. Het continueren en archiveren van deze e-zines blijkt alleen al een probleem. D-Lib magazine is recentelijk van een maandelijks naar een tweemaandelijks publicatie schema gegaan. Ik vraag me dan ook oprecht af op welke e-zines Verbooy doelt wanneer hij schrijft "Zo kregen tijdens de internet-hype, tweede helft jaren negentig, al veel als e-zine begonnen publicaties in de USA ook een papieren versie." Ik weet niet precies welke hij bedoelt, maar ik vraag me af of het om publicaties in de informatie wereld gaat.
Vervolgens bejubelt Verbooy in zijn editorial het versterken van papieren en elektronische media. "Het is niet of-of, maar en-en, Print en website en e-zine zijn verschillende media met verschillende functies, maar sámen zijn ze sterker dan elk afzonderlijk". Het is alsof Verbooy mijn eerdere post over de Informatie Professional had gelezen. Voor de IP raadde ik destijds ook aan om na de cosmetische chirurgie die er op de layout was uitgevoerd nu ook eens daadwerkelijk de koe bij de horens te vatten en de mix van papier en elektronisch aanbod te verbeteren en daar waar mogelijk elkaar te laten versterken. Wat dat betreft ben ik het dus eens met Henk (mag ik ondertussen tutoyeren?). Ik kan me wel indenken dat er ruimte is en blijft voor papieren vaktijdschriften, mits die dan wel met een ijzersterke elektronische formule ondersteund worden.
Maar de hamvraag in deze is natuurlijk: "brengt de IK dat dan ook in praktijk?"
Allereerst zou ik deze reactie natuurlijk beter kunnen plaatsen op een of ander reactieforum van het IK Magazine. Dat is er niet. Nu moet ik mij helaas redden met mijn eigen blog.
Wel heeft het IK magazine netjes de inhoudsopgave van de laatste aflevering al online, en zelfs twee artikelen en een column vrij toegankelijk gemaakt. Maar ook hier geen reactiemogelijkheden. (maar laat ik even stoppen over reactiemogelijkheden, of feedback zoals dat netjes heet). Neem eens het eerder genoemde artikel over de "Wisdom of Crows", het staat daar recht toe recht aan als PDF beschikbaar. Maar dat is niet hetzelfde als elektronisch versterken van een artikel. Het artikel bevat slechts een werkende web-link. Dat is de verwijzing naar het lemma in de Wikipedia. Het artikel van Marie José Klaver dat aangehaald wordt, wordt niet gelinkt. Het artikel in de NRC van Lanier, is wat problematisch om naar toe te linken omdat Lexis-Nexis, of de krantenbank, dat niet goed geregeld hebben. Maar veel interessanter is natuurlijk om te linken naar het originele artikel van Lanier in Edge en al het commentaar dat daar vermeld wordt. Waarom wordt die service niet geboden? Neem als tweede voorbeeld het artikel over Google Earth. Kijk daar eens naar het literatuurlijstje dat bestaat uit een aantal links (waarvan je maar moeten raden op welk onderdeel ze slaan) maar waar ik me vooral aan stoor is dat ik zelf netjes http://www.telegraph.co.uk/news/main.jhtml?xml=/news/2007/01/13/wgoogle13.xml moet overtypen. Niet meteen de makkelijkste link. Waarom biedt de IK niet de service om de relevante webbronnen bij een artikel netjes te linken op hun website? Het is trouwens ook slecht linken naar de individuele artikelen, wanneer de volledige versie niet wordt aangeboden. Maar laat ik het niet over zoiets simpels als linken hebben. Het gaat mij om de kracht en vitaliteit van het elektronisch platform achter het papieren tijdschrift. Bij het IK magazine (zo heet de site, niet het tijdschrift) zijn er wel naast wat droge tijdschrift informatie nog enkele nieuwsberichten te vinden, waarop je je kan abonneren via de mail. Maar al met al ademt het nog niet de elektronische versterking die ik voor ogen heb. Een redactionele weblog. Een forum. Vraag en antwoord. Interactiviteit? Een community? Om maar eens een lastig Engels woord te gebruiken. Niets van dat alles. De oudere nummers zijn elektronisch alleen beschikbaar als basale PDF. Verder van nul tot generlei toegevoegde waarde.
Hoe zit de beruchte crossmedia match, of multi-mediale campagnes waar Henk het over heeft van de IK er dan wel uit? Wel, het moederbedrijf van IK, Essentials media, geeft ook de NVBkrant uit. Dat papieren mastodont dat ongeveer 40 jaar te laat is verschenen, volgens sommigen. Wanneer er nu een artikel in de IK wordt geschreven en er komt commentaar op, dan wordt dat vervolgens gepubliceerd in de NVB krant. Kijk dat is modern, want crossmedia! Dat het ondertussen wel lastig wordt voor de lezers, om er nog een touw aan vast te knopen, dat kan Essentials blijkbaar niet deren. Begin je de NVBkrant te lezen –de opleiding IDM leeft!!- dan wordt je terugverwezen naar een de website van de IK. Waar dat artikel dan vervolgens niet on-line aanwezig is (terwijl de indruk wel gewekt wordt).
Wanneer je op die manier bezig bent met mixen van twee papieren formats en een niet bestaand elektronisch artikel dan bewijs je slechts lippendienst aan multimediale campagnes in een editorial, terwijl het in werkelijkheid nog ver te zoeken is.
Misschien heeft Henk zijn vriend W iets te snel op het dinosauriërskerkhof bijgezet. Misschien heeft die vriend W nog enkele tips over het versterken van de crossmedia match van een papieren vaktijdschrift en een ledenkrant.
Toevallig tapte Frank onlangs uit hetzelfde vaatje en organiseert de IP een heus debat over dit onderwerp. Misschien kom je me daar wel tegen.
PS . Persoonlijk ken ik de heer Verbooy niet. Enige gelijkenis of verband tussen W, Wouter, WoW!ter dit blog, of deze blogpost is dus volstrekt uit de lucht gegrepen.
Literatuur
Crawford, W. (2006). The New Site & COWLZ: A Lost Opportunity? Cites & Insights: Crawford at Large 6(11): 1-9. http://www.citesandinsights.info/civ6i11.pdf
van der Meij, B. (2007). The wisdom of crows. Kenniseconomisch magazine : intellectueel kapitaal 6(2): 14-16. http://www.ikmagazine.nl/downloads/ik0207-crows.pdf
Verbooy, H. (2007). De nieuwe dinosauriërs. Kenniseconomisch magazine : intellectueel kapitaal 6(2): 7. (niet elektronisch beschikbaar)
Westerkamp, K. (2007). De opleiding IDM leeft!! NVBkrant 1(2): 4. ((nog?) niet elektronisch beschikbaar)
Zelf kom ik uit een universitaire bibliotheekomgeving, en kan alleen maar vaststellen dat de vervanging van print door elektronisch voor tijdschriften opgeld doet. Studenten en professoren gelijk, zij zoeken liever iets langer naar een elektronisch artikel dat hun argument kracht bijzet, dan dat ze naar de bibliotheek komen om geschikter artikel in een papieren tijdschrift te raadplegen.
Misschien doelt Verbooy niet op elektronische wetenschappelijke tijdschriften. Laat ik daarom eens wat e-zines uit de bibliotheekwereld bij de kop nemen. Walt Crawford (2006, p7-8.) gaf een tijdje terug een aardig overzichtje van vroege bibliotheek gerelateerde e-zines: New Breed Librarian, Library Juice, Newsletter on Serial Pricing Issues, Free Online Scholarship News Letter, LLRX, Current Cites, Ex Libris, Cites & Insights, Resourceshelf en D-Lib Magazine. Ik kan het lijstje verder aanvullen met Ariadne, First Monday en Information Research. Geen van deze bibliotheek gerelateerde e-zines heeft ondertussen een papieren pendant gekregen. Het continueren en archiveren van deze e-zines blijkt alleen al een probleem. D-Lib magazine is recentelijk van een maandelijks naar een tweemaandelijks publicatie schema gegaan. Ik vraag me dan ook oprecht af op welke e-zines Verbooy doelt wanneer hij schrijft "Zo kregen tijdens de internet-hype, tweede helft jaren negentig, al veel als e-zine begonnen publicaties in de USA ook een papieren versie." Ik weet niet precies welke hij bedoelt, maar ik vraag me af of het om publicaties in de informatie wereld gaat.
Vervolgens bejubelt Verbooy in zijn editorial het versterken van papieren en elektronische media. "Het is niet of-of, maar en-en, Print en website en e-zine zijn verschillende media met verschillende functies, maar sámen zijn ze sterker dan elk afzonderlijk". Het is alsof Verbooy mijn eerdere post over de Informatie Professional had gelezen. Voor de IP raadde ik destijds ook aan om na de cosmetische chirurgie die er op de layout was uitgevoerd nu ook eens daadwerkelijk de koe bij de horens te vatten en de mix van papier en elektronisch aanbod te verbeteren en daar waar mogelijk elkaar te laten versterken. Wat dat betreft ben ik het dus eens met Henk (mag ik ondertussen tutoyeren?). Ik kan me wel indenken dat er ruimte is en blijft voor papieren vaktijdschriften, mits die dan wel met een ijzersterke elektronische formule ondersteund worden.
Maar de hamvraag in deze is natuurlijk: "brengt de IK dat dan ook in praktijk?"
Allereerst zou ik deze reactie natuurlijk beter kunnen plaatsen op een of ander reactieforum van het IK Magazine. Dat is er niet. Nu moet ik mij helaas redden met mijn eigen blog.
Wel heeft het IK magazine netjes de inhoudsopgave van de laatste aflevering al online, en zelfs twee artikelen en een column vrij toegankelijk gemaakt. Maar ook hier geen reactiemogelijkheden. (maar laat ik even stoppen over reactiemogelijkheden, of feedback zoals dat netjes heet). Neem eens het eerder genoemde artikel over de "Wisdom of Crows", het staat daar recht toe recht aan als PDF beschikbaar. Maar dat is niet hetzelfde als elektronisch versterken van een artikel. Het artikel bevat slechts een werkende web-link. Dat is de verwijzing naar het lemma in de Wikipedia. Het artikel van Marie José Klaver dat aangehaald wordt, wordt niet gelinkt. Het artikel in de NRC van Lanier, is wat problematisch om naar toe te linken omdat Lexis-Nexis, of de krantenbank, dat niet goed geregeld hebben. Maar veel interessanter is natuurlijk om te linken naar het originele artikel van Lanier in Edge en al het commentaar dat daar vermeld wordt. Waarom wordt die service niet geboden? Neem als tweede voorbeeld het artikel over Google Earth. Kijk daar eens naar het literatuurlijstje dat bestaat uit een aantal links (waarvan je maar moeten raden op welk onderdeel ze slaan) maar waar ik me vooral aan stoor is dat ik zelf netjes http://www.telegraph.co.uk/news/main.jhtml?xml=/news/2007/01/13/wgoogle13.xml moet overtypen. Niet meteen de makkelijkste link. Waarom biedt de IK niet de service om de relevante webbronnen bij een artikel netjes te linken op hun website? Het is trouwens ook slecht linken naar de individuele artikelen, wanneer de volledige versie niet wordt aangeboden. Maar laat ik het niet over zoiets simpels als linken hebben. Het gaat mij om de kracht en vitaliteit van het elektronisch platform achter het papieren tijdschrift. Bij het IK magazine (zo heet de site, niet het tijdschrift) zijn er wel naast wat droge tijdschrift informatie nog enkele nieuwsberichten te vinden, waarop je je kan abonneren via de mail. Maar al met al ademt het nog niet de elektronische versterking die ik voor ogen heb. Een redactionele weblog. Een forum. Vraag en antwoord. Interactiviteit? Een community? Om maar eens een lastig Engels woord te gebruiken. Niets van dat alles. De oudere nummers zijn elektronisch alleen beschikbaar als basale PDF. Verder van nul tot generlei toegevoegde waarde.
Hoe zit de beruchte crossmedia match, of multi-mediale campagnes waar Henk het over heeft van de IK er dan wel uit? Wel, het moederbedrijf van IK, Essentials media, geeft ook de NVBkrant uit. Dat papieren mastodont dat ongeveer 40 jaar te laat is verschenen, volgens sommigen. Wanneer er nu een artikel in de IK wordt geschreven en er komt commentaar op, dan wordt dat vervolgens gepubliceerd in de NVB krant. Kijk dat is modern, want crossmedia! Dat het ondertussen wel lastig wordt voor de lezers, om er nog een touw aan vast te knopen, dat kan Essentials blijkbaar niet deren. Begin je de NVBkrant te lezen –de opleiding IDM leeft!!- dan wordt je terugverwezen naar een de website van de IK. Waar dat artikel dan vervolgens niet on-line aanwezig is (terwijl de indruk wel gewekt wordt).
Wanneer je op die manier bezig bent met mixen van twee papieren formats en een niet bestaand elektronisch artikel dan bewijs je slechts lippendienst aan multimediale campagnes in een editorial, terwijl het in werkelijkheid nog ver te zoeken is.
Misschien heeft Henk zijn vriend W iets te snel op het dinosauriërskerkhof bijgezet. Misschien heeft die vriend W nog enkele tips over het versterken van de crossmedia match van een papieren vaktijdschrift en een ledenkrant.
Toevallig tapte Frank onlangs uit hetzelfde vaatje en organiseert de IP een heus debat over dit onderwerp. Misschien kom je me daar wel tegen.
PS . Persoonlijk ken ik de heer Verbooy niet. Enige gelijkenis of verband tussen W, Wouter, WoW!ter dit blog, of deze blogpost is dus volstrekt uit de lucht gegrepen.
Literatuur
Crawford, W. (2006). The New Site & COWLZ: A Lost Opportunity? Cites & Insights: Crawford at Large 6(11): 1-9. http://www.citesandinsights.info/civ6i11.pdf
van der Meij, B. (2007). The wisdom of crows. Kenniseconomisch magazine : intellectueel kapitaal 6(2): 14-16. http://www.ikmagazine.nl/downloads/ik0207-crows.pdf
Verbooy, H. (2007). De nieuwe dinosauriërs. Kenniseconomisch magazine : intellectueel kapitaal 6(2): 7. (niet elektronisch beschikbaar)
Westerkamp, K. (2007). De opleiding IDM leeft!! NVBkrant 1(2): 4. ((nog?) niet elektronisch beschikbaar)
Labels: crossmedia, Dutch, tijdschriften
02 mei 2007
Verbazingwekkende webstatistieken
Het is weer even geleden dat ik wat heb laten zien van mijn webstatistieken. Over januari was ik nog Himmelhoch jauchzend over mijn webstatistieken. Over februari werd dat wat minder. Maart heb ik vervolgens nooit laten zien (met redenen), en nu dus maar eens de eerste vier maanden bij de kop pakken. Wanneer je in de Marcom top 100 staat lijk je je aan je stand verplicht te zijn.

Er is nogal wat gebeurd de laatste maanden met dit blog. Deze cijfers zijn bijna verplichtte kost voor alle SEM’s en SEO’s, stel dat het een van je betalende klanten overkomt? In februari begonnen de bezoekersaantallen terug te lopen. Wat? Het halveerde. Neen, een derde van de tot ddan toe gangbare aantallen! Het verval begon precies op 8 februari. Maart werd nog slechter. Pas na de live-blog actie tijdens de CWIS dagen trad het herstel op. Wat mij het meest verbaasd is het gedrag van Google. Normaal een betrouwbare aanjager van bezoek, maar in de periode van 8/2 tot 18/3 slechts een derde van de normale aantallen bezoekers. Op de een of andere manier lijkt de afname in Google afkomstige bezoekers gecorreleerd te zijn aan de andere bezoekers, of aan het aantal geschreven posts. Echt duidelijk krijg ik dat niet. Ik weet dat je je nooit afhankelijk moet maken van een enkel kanaal voor bezoekers, daarom houd ik ook van mijn RSS lezers (thans de 700 gepasseerd!) de bezoekers die er via de tags komen, en vooral via de vele verwijzingen via andere blogs.
Toch blijf ik me verbazen over die dip in februari-maart. Het herstel in bezoekersaantallen lijkt echter onderweg.

Er is nogal wat gebeurd de laatste maanden met dit blog. Deze cijfers zijn bijna verplichtte kost voor alle SEM’s en SEO’s, stel dat het een van je betalende klanten overkomt? In februari begonnen de bezoekersaantallen terug te lopen. Wat? Het halveerde. Neen, een derde van de tot ddan toe gangbare aantallen! Het verval begon precies op 8 februari. Maart werd nog slechter. Pas na de live-blog actie tijdens de CWIS dagen trad het herstel op. Wat mij het meest verbaasd is het gedrag van Google. Normaal een betrouwbare aanjager van bezoek, maar in de periode van 8/2 tot 18/3 slechts een derde van de normale aantallen bezoekers. Op de een of andere manier lijkt de afname in Google afkomstige bezoekers gecorreleerd te zijn aan de andere bezoekers, of aan het aantal geschreven posts. Echt duidelijk krijg ik dat niet. Ik weet dat je je nooit afhankelijk moet maken van een enkel kanaal voor bezoekers, daarom houd ik ook van mijn RSS lezers (thans de 700 gepasseerd!) de bezoekers die er via de tags komen, en vooral via de vele verwijzingen via andere blogs.
Toch blijf ik me verbazen over die dip in februari-maart. Het herstel in bezoekersaantallen lijkt echter onderweg.
Labels: English, Usage statistics

