29 december 2008
The audacity of hope: Thoughts on reclaiming the American dream

Veel boek recensies komen er op dit blog niet voor. Zo'n boekenlezer ben ik ook weer niet. Maar dit boek dat ik in Miami airport oppikte heeft zo veel indruk op mij gemaakt, dat ik het hier graag aan jullie voorstel. Het boek is alweer twee jaar oud en geschreven nadat Barack Obama tot Senator voor Illinois was verkozen voor de Senaat in de Verenigde Staten, maar voor hij het plan opvatte om zich kandidaat te stellen voor het presidentschap van de Verenigde Staten.
Hoewel… Sommige delen ronken wel een beetje van de campagneretoriek en zo zeer anti-Bush, dat het lijkt alsof hij daar al zijn campagne begon. Misschien gebeurde dat stiekem als plannetje in zijn achterhoofd, terwijl hij 's avonds na een dag werken in Washington, terwijl zijn dochters op bed lagen, in de nachtelijke uurtjes aan dit boek schreef.
In negen hoofdstukken zet Obama zijn ideeën uiteen over de normen en waarden die ten grondslag liggen aan de Amerikaanse droom. En passant neemt hij je mee door de Amerikaanse politieke geschiedenis en wordt je deelgenoot van een stukje van zijn privé leven. Zijn gevecht met de balans tussen werk en familieleven. De mix van privéleven, Amerikaanse geschiedenis en zijn visie op het huidige Amerika maken het een interessant boek. Hij schrijft vlot en zeer gepassioneerd. Terwijl je sommige passages in het boek leest hoor je hem speechen.
Het boek is in feite een uitwerking van zijn zeer inspirerende voordracht tijdens de democratische conventie van 2004. Toen hij de keynote mocht geven tijdens de campagne van John Kerry. In zijn eigen campagne heeft hij veelvuldig laten zien dat hij dat vak als geen ander verstaat. In dit boek lees je dat in feite terug. De taal spat van de bladzijden en komt tot leven wanneer zijn zinnen resoneren door je hoofd. Wanneer je het leest hoor je hem speechen. Dan komen zijn woorden tot leven.
Hoe ironisch is het om te zien dat Roosevelt zijn grote politieke held is. De democraat en grote architect van de New Deal. Het plan dat Amerika uit het slop moest trekken na de grote depressie die begon in 1929. Obama had zich geen beter politiek voorbeeld kunnen stellen, nu hij voor een soortgelijke situatie staat aan het begin van zijn Presidentschap.
Labels: Boek recensie, Obama
27 december 2008
Naar een digitale workflow
Aantekeningen had ik tijdens de vlucht op de PDF gekrabbeld. De metadata later naar mijn EndNote gedownload. Op een derde moment een PDF naar mijn notebook gedownload, en die weer gekoppeld aan de juiste EndNote beschrijving. Mijn grootste ei over dat artikel heb ik op mijn Engelse blog geplaatst. Nadien moest ik weer een keer met de papieren versie van de download aan de slag met mijn eigen aantekeningen omdat ik nog wat van de genoemde referenties wilde natrekken. Dus tijdens de vakantie in een off-line huisje in de Belgische Ardennen kwam de papieren versie weer tevoorschijn uit een stapel afgedrukte artikelen waar ik nog wat mee moest.
Ik vermoed dat veel van onze onderzoekers soortgelijke ervaringen kunnen delen. Het papieren en digitale spoor lopen nog steeds naast en door elkaar heen. Sommige dingen gaan digitaal, andere slechts op papier. Aan de informatieconsumptie kant steekt het papieren spoor nog veelvuldig zijn kop op. Terwijl aan de informatieproductie kant wel bijna volledig elektronisch wordt gewerkt. Al was het maar om de simpele rede dat de wordprocessor niet meer uit de wetenschappers toolbox weg te denken valt.
Als wetenschappelijke bibliotheek die voor onze gebruikers aan de informatieconsumptie kant van hun werkveld zit, hebben we nog niet volledig onze diensten bewezen als digitale bibliotheek. In onze eigen perceptie zijn wij een meestal al een digitale bibliotheek -misschien dat voor sommigen een hybride bibliotheek meer op zijn plaats is- maar in de praktijk van eindgebruiker, onderzoeker of student, treedt er ergens een wissel op van digitaal naar papier gebruik en komen onze klanten vaak in een soort papieren kloof terecht.
Om deze papieren kloof te overbruggen is het voor bibliotheken belangrijk om onze gebruikers bij te staan met de juiste gereedschappen. Waar we onze eindgebruikers allang hebben leren om te gaan met EndNote om metadata van artikelen die ze lezen te beheren, moeten we nog sterker in gaan zetten op dit soort producten (Refworks heeft vergelijkbare capaciteiten) om de PDF management capaciteiten van de citation managers beter te gebruiken. Onze buitenlandse MSc en PhD studenten gebruiken dit al meer dan de meeste vaste onderzoekers aan de universiteit.
Vervolgens is het belangrijk om onderzoekers kennis te laten maken met simpele (gratis) tools als PDF-XChange Viewer om de gedownloade PDFs van artikelen te kunnen annoteren, highligthen en wat dies meer zij. Het was door een post van Peter van Laarhoven dat ik kennis maakte met dit programma. Sinds ik het ben gaan gebruiken snap ik niet dat dit soort functionaliteiten niet in de standaard Acrobat reader ingebouwd is. Dat je voor het annoteren en merken van delen van tekst de veel duurdere Acrobat writer nodig hebt. PDF XChange Viewer, doet dit gratis en stelt je prachtig in staat je persoonlijke digitale bibliotheek te annoteren. Je eigen bibliotheek te verrijken en echt te personaliseren. Jouw persoonlijke digitale bibliotheek!
Waar ik voorheen altijd volstond met een link te leggen in mijn EndNote bibliografie van artikelen die ik had gelezen, ben ik sinds kort bezig om alle PDF's van de artikelen die ik heb gelezen binnen te halen. Ik zit al op 54 PDFs, nog maar 587 te gaan.
Alleen door zelf actief met dit soort dingen in de weer te zijn, kun je je gebruikers met praktische raad en daad van dienst zijn.
Nu alleen nog eens nagaan hoe we onze ICT collega's er van kunnen overtuigen dat PDF-XChange Viewer standaard op alle WUR-Clients geïnstalleerd moet worden om een volgende stap naar een digital workflow te kunnen maken.
Literatuur:
Hull, D., S.R. Pettifer & D.B. Kell (2008). Defrosting the Digital Library: Bibliographic Tools for the Next Generation Web. PLoS Computational Biology 4(10): e1000204. http://dx.doi.org/10.1371/journal.pcbi.1000204 (Open Access)
Labels: EndNote, informatiemanagement, informatievaardigheden
20 december 2008
Nu ook ranglijsten van Twingly
Twingly is een blog zoekmachine, eigenlijk rss zoekmachine, van Zweedse origine. Ik volg al een tijdje de resultaten van dit blog via die machine, maar ik vind de resultaten wat onregelmatig. Sommige links pikken ze wel op, andere resultaten niet. Maar sinds Google Blogsearch een echte blogzoekmachine is geworden ben ik wel op zoek naar alternatieven om dit blog te monitoren.
Nieuw geintje van Twingly is een blogranglijst dat ze publiceren. Of eigenlijk, een ranglijst van allerlei dingen met een RSS feed. Maar geen kranten. Of toch wel? De site van Viva scoort ook in hun top 100. Maar ook de site van de Universiteit Twente, naast de verzamelde blogs van Universiteit Leiden. Die tegenwoordig in Delft worden gehost. ZBdigitaal staat er twee keer in. Meer van dat soort dingen. Er staan gelukkig wel behoorlijk wat biblioblogs en edublogs in hun lijstje.
Ik vermoed dat in de komende tijd we hier heerlijk op en neer gaan stuiteren.
hattip: RethinkingMedia
Nieuw geintje van Twingly is een blogranglijst dat ze publiceren. Of eigenlijk, een ranglijst van allerlei dingen met een RSS feed. Maar geen kranten. Of toch wel? De site van Viva scoort ook in hun top 100. Maar ook de site van de Universiteit Twente, naast de verzamelde blogs van Universiteit Leiden. Die tegenwoordig in Delft worden gehost. ZBdigitaal staat er twee keer in. Meer van dat soort dingen. Er staan gelukkig wel behoorlijk wat biblioblogs en edublogs in hun lijstje.
Ik vermoed dat in de komende tijd we hier heerlijk op en neer gaan stuiteren.
hattip: RethinkingMedia
18 december 2008
De bibliotheek als uitgever op de blogkermis
Het is alweer die tijd dat de inzendingstermijn van de, ondertussen alweer de derde, biblioblogkermis nadert. Ik heb verzaakt bij de tweede blogkermis, maar hier wil ik het weer goed maken, en mijn bijdrage leveren aan het feest dat blogkermis heet.
Overigens als kleine tip tussendoor voor 23 dingen bloggers die er over dubben om door te gaan met bloggen, of nieuwe bibliobloggers in het algemeen. Een blogkermis biedt goede mogelijkheden om je weblog onder de aandacht te brengen van potentiële lezers. Via de trackbacks in de originele post en de linkbacks straks in de samenvatting wordt je blog weer een stukje beter bekend. Kortom grijpt die kans! Je hebt nog een dag of wat, Annemarie gaat toch pas dit weekend haar samenvatting schrijven.
Op de derde blogkermis doet Annemarie de volgende oproep vanaf haar zeepkist
Bibliotheken die consumeren of produceren vraag ik me af? Wat consumeren bibliotheken dan? Of produceren we?
Laat ik het consumeren eerst maar heel simpel afdoen met het inkopen van content voor onze eigen organisatie. Content voor de bibliotheek is in deze in de klassieke zin het inkopen van documentaire informatie voor de eigen organisatie, medewerkers en studenten. Het kan gaan om boeken, bibliografische bestanden –daar denk je al niet eens meer aan tijdschriften- en tijdschriften. Natuurlijk is mettertijd de drager van deze materialen veranderd, maar het gaat nog steeds om de inhoud. Als laatste grote verandering bij deze content is hier de digitalisering van boeken. Uitgevers en bibliotheken zijn hier in samenspraak met onze gebruikers op zoek naar het beste business- en uitgeefmodel om het wetenschappelijke boek ook in digitale vorm aan te bieden.
We consumeren al die informatie niet, net zo min als we het op zijn wetenschappelijke merites kunnen beoordelen. Wel is inkopen van deze materialen zodanig specialistisch werk dat we hier een team van domeindeskundigen voor in dienst hebben. Anders zou dit onderdeel van de bibliotheekorganisatie misschien net zo goed kunnen thuishoren bij de afdeling inkoop van de Universiteit.
Wanneer je de content hebt ingekocht begint eigenlijk het volgende bibliotheek kunstje. Ontsluiten en beschikbaar stellen. Dat is allebei enorm veranderd de laatste tijd, zeker wat betreft de digitale versies van al onze documenten, maar bij lange na niet ver genoeg. Bibliotheken zitten wat ontsluiting en beschikbaarstelling enorm gevangen in het Digital Rights Management web, het auteurs- en databankrechten mijnenveld of anders wel de uiterst restrictieve licentiemodellen gevangen. We beschikken niet over de data, maar slechts flinterdunne metadata. We hebben ons zelf gevangen in ouderwetse standaarden die stammen uit de jaren '60 van de vorige eeuw voor het uitwisselen van die schamele metadata, waarin bijvoorbeeld niet voorzien is in het uitwisselen van linkjes naar de vrij toegankelijke content. Maar daar ging deze post niet over.
Consumeerderen
Sinds we in 2000 zijn begonnen met onze eerste big-deal voor elektronische tijdschriften, is onze titelbestand aan tijdschriften enorm toegenomen. We zitten nu ergens tussen de 10 of 11000 tijdschriften, maar in werkelijkheid is dat hoger. Via de 'knowledgebase' van onze URL resolver hebben we ook gemakkelijk toegang tot alle 3800 DOAJ tijdschriften, die we slechts deels gecatalogiseerd hebben.
We hebben tegenwoordig toegang tot zoveel tijdschriften dat we het niet eens meer compleet gecatalogiseerd hebben. Begrippen als de collectie zijn sinds de big deals aan inflatie onderhevig. De catalogus als complete beschrijving van je bezit is daarmee ook achterhaald. Neem daar nog eens bij dat de meeste tijdschriften op zichzelf weer een stevige groei laten zien in volumes, issues en pagina's per artikel die er uitgegeven worden omdat elektronische opslag en distributiekosten niet meer limiterend zijn.
Je kunt dus veilig beweren dat we als bibliotheek onze gebruikers in staat stellen te consumeerderen. En wanneer we naar de statistieken van de elektronische bronnen kijken kun je stellen dat ze dat op grote schaal doen. Toch laat een recent artikel in Science zien dat wetenschappers eigenlijk niet meer van deze informatie explosie gebruik maken, maar steeds minder van alleen de meest recente artikelen raadplegen (Evans, 2008).
Produceren
Zijn er ook bibliotheken die produceren? In mijn wereld, die van de wetenschappelijke bibliotheken kijk je onmiddellijk naar de universiteitsuitgeverijen. De university presses zijn meestal zelfstandig opererende bedrijven, maar wel met korte lijntjes naar de bibliotheek. De waarheid gebiedt om te zeggen dat ze in de meeste gevallen zijn omgevallen, of op zijn minst kwijnende zijn. Slechts een enkele die nog overleeft. Toch is het produceren weer op een andere manier teruggekomen bij de bibliotheek. De repositories zijn hiervan het grote voorbeeld.
Repositories –goed Engels voor digitale archieven van alle publicaties van de wetenschappers aan de universiteit- zijn het antwoord van universiteitsbibliotheken op de teloorgang van de universitaire uitgeverijen. Door middel van de repositories hebben wetenschappelijke bibliotheken een prachtige nieuwe taak op zich genomen. Deze taak behelst de omgekeerde informatiestroom van het consumeren. Het gaat erom de informatie van binnen naar buiten brengen. Eigenlijk een geheel nieuwe taak die een interessante uitdaging lijkt in het gedigitaliseerde informatielandschap.
We staan slechts in de kinderschoenen met het ontwikkelen en vullen van onze repositories. Iedere universiteitsbibliotheek doet dat op zich zelf met eigen methoden, maar gelukkig zijn hier wel al betere standaarden om informatie te delen of te aggregeren. Van de lokale repository via Dare naar Europeana lijkt een kleine stap maar bleek toch weerbarstiger. Toch heeft de universiteit van St. Gallen in zijn uppie een zoekmachine ontwikkeld die van de rijkdom van al deze repositories optimaal gebruik maakt. Helaas, erg onbekend en dus nog minder bemind.
In Wageningen zijn we heel druk met het inzetten van de repository voor de komende onderzoeksevaluatie. Een bibliotheekrol die volop nieuwe kansen biedt en ik tot nu toe alleen in Zweden ben tegengekomen.
In conclusie
We zijn wat betreft het inkopen van nieuwe materialen in het nieuwe gedigitaliseerde informatielandschap om onze oren geslagen met een enorme informatie-explosie, waardoor we onze gebruikers in staat stellen te consumeerderen. Alleen gebeurt dat minder dan verwacht. Waarschijnlijk omdat we qua ontsluiting en beschikbaarstelling nog werken met technieken uit de vorige eeuw.
Waar wetenschappelijke bibliotheken zich bezighouden met produceren van informatie gaat het meestal om nieuwe digitale diensten gebaseerd op repositories. Deze repositories zijn echter nog maar een begin van een heel nieuw palet aan mogelijkheden voor bibliotheken.
Kortom er is zat werk aan de winkel.
Literatuur:
Evans, J. A. (2008). Electronic Publication and the Narrowing of Science and Scholarship. Science 321(5887): 395-394. http://dx.doi.org/10.1126/science.1150473 (restricted access)
Overigens als kleine tip tussendoor voor 23 dingen bloggers die er over dubben om door te gaan met bloggen, of nieuwe bibliobloggers in het algemeen. Een blogkermis biedt goede mogelijkheden om je weblog onder de aandacht te brengen van potentiële lezers. Via de trackbacks in de originele post en de linkbacks straks in de samenvatting wordt je blog weer een stukje beter bekend. Kortom grijpt die kans! Je hebt nog een dag of wat, Annemarie gaat toch pas dit weekend haar samenvatting schrijven.
Op de derde blogkermis doet Annemarie de volgende oproep vanaf haar zeepkist
Bibliotheeklanders zijn heel goed in consumeren van informatie. We zijn goed in het geven van een oordeel, beoordelen en het vinden van onze weg. Maar we zijn veel minder goed in het produceren van eigen content of in het vertalen van content naar onze eigen versie daarvan. Is deze cultuuromslag nodig om aansluiting te krijgen bij onze veeleisende klanten en wie zou dat moeten doen? Moeten we dat überhaupt wel doen?
Of is het juist nodig om te zoeken naar partners in crime die die slag al gemaakt hebben?
Ofwel: moeten we consuminderen, produmeerderen of zijn er nog andere opties die er voor ons liggen?
Bibliotheken die consumeren of produceren vraag ik me af? Wat consumeren bibliotheken dan? Of produceren we?
Laat ik het consumeren eerst maar heel simpel afdoen met het inkopen van content voor onze eigen organisatie. Content voor de bibliotheek is in deze in de klassieke zin het inkopen van documentaire informatie voor de eigen organisatie, medewerkers en studenten. Het kan gaan om boeken, bibliografische bestanden –daar denk je al niet eens meer aan tijdschriften- en tijdschriften. Natuurlijk is mettertijd de drager van deze materialen veranderd, maar het gaat nog steeds om de inhoud. Als laatste grote verandering bij deze content is hier de digitalisering van boeken. Uitgevers en bibliotheken zijn hier in samenspraak met onze gebruikers op zoek naar het beste business- en uitgeefmodel om het wetenschappelijke boek ook in digitale vorm aan te bieden.
We consumeren al die informatie niet, net zo min als we het op zijn wetenschappelijke merites kunnen beoordelen. Wel is inkopen van deze materialen zodanig specialistisch werk dat we hier een team van domeindeskundigen voor in dienst hebben. Anders zou dit onderdeel van de bibliotheekorganisatie misschien net zo goed kunnen thuishoren bij de afdeling inkoop van de Universiteit.
Wanneer je de content hebt ingekocht begint eigenlijk het volgende bibliotheek kunstje. Ontsluiten en beschikbaar stellen. Dat is allebei enorm veranderd de laatste tijd, zeker wat betreft de digitale versies van al onze documenten, maar bij lange na niet ver genoeg. Bibliotheken zitten wat ontsluiting en beschikbaarstelling enorm gevangen in het Digital Rights Management web, het auteurs- en databankrechten mijnenveld of anders wel de uiterst restrictieve licentiemodellen gevangen. We beschikken niet over de data, maar slechts flinterdunne metadata. We hebben ons zelf gevangen in ouderwetse standaarden die stammen uit de jaren '60 van de vorige eeuw voor het uitwisselen van die schamele metadata, waarin bijvoorbeeld niet voorzien is in het uitwisselen van linkjes naar de vrij toegankelijke content. Maar daar ging deze post niet over.
Consumeerderen
Sinds we in 2000 zijn begonnen met onze eerste big-deal voor elektronische tijdschriften, is onze titelbestand aan tijdschriften enorm toegenomen. We zitten nu ergens tussen de 10 of 11000 tijdschriften, maar in werkelijkheid is dat hoger. Via de 'knowledgebase' van onze URL resolver hebben we ook gemakkelijk toegang tot alle 3800 DOAJ tijdschriften, die we slechts deels gecatalogiseerd hebben.
We hebben tegenwoordig toegang tot zoveel tijdschriften dat we het niet eens meer compleet gecatalogiseerd hebben. Begrippen als de collectie zijn sinds de big deals aan inflatie onderhevig. De catalogus als complete beschrijving van je bezit is daarmee ook achterhaald. Neem daar nog eens bij dat de meeste tijdschriften op zichzelf weer een stevige groei laten zien in volumes, issues en pagina's per artikel die er uitgegeven worden omdat elektronische opslag en distributiekosten niet meer limiterend zijn.
Je kunt dus veilig beweren dat we als bibliotheek onze gebruikers in staat stellen te consumeerderen. En wanneer we naar de statistieken van de elektronische bronnen kijken kun je stellen dat ze dat op grote schaal doen. Toch laat een recent artikel in Science zien dat wetenschappers eigenlijk niet meer van deze informatie explosie gebruik maken, maar steeds minder van alleen de meest recente artikelen raadplegen (Evans, 2008).
Produceren
Zijn er ook bibliotheken die produceren? In mijn wereld, die van de wetenschappelijke bibliotheken kijk je onmiddellijk naar de universiteitsuitgeverijen. De university presses zijn meestal zelfstandig opererende bedrijven, maar wel met korte lijntjes naar de bibliotheek. De waarheid gebiedt om te zeggen dat ze in de meeste gevallen zijn omgevallen, of op zijn minst kwijnende zijn. Slechts een enkele die nog overleeft. Toch is het produceren weer op een andere manier teruggekomen bij de bibliotheek. De repositories zijn hiervan het grote voorbeeld.
Repositories –goed Engels voor digitale archieven van alle publicaties van de wetenschappers aan de universiteit- zijn het antwoord van universiteitsbibliotheken op de teloorgang van de universitaire uitgeverijen. Door middel van de repositories hebben wetenschappelijke bibliotheken een prachtige nieuwe taak op zich genomen. Deze taak behelst de omgekeerde informatiestroom van het consumeren. Het gaat erom de informatie van binnen naar buiten brengen. Eigenlijk een geheel nieuwe taak die een interessante uitdaging lijkt in het gedigitaliseerde informatielandschap.
We staan slechts in de kinderschoenen met het ontwikkelen en vullen van onze repositories. Iedere universiteitsbibliotheek doet dat op zich zelf met eigen methoden, maar gelukkig zijn hier wel al betere standaarden om informatie te delen of te aggregeren. Van de lokale repository via Dare naar Europeana lijkt een kleine stap maar bleek toch weerbarstiger. Toch heeft de universiteit van St. Gallen in zijn uppie een zoekmachine ontwikkeld die van de rijkdom van al deze repositories optimaal gebruik maakt. Helaas, erg onbekend en dus nog minder bemind.
In Wageningen zijn we heel druk met het inzetten van de repository voor de komende onderzoeksevaluatie. Een bibliotheekrol die volop nieuwe kansen biedt en ik tot nu toe alleen in Zweden ben tegengekomen.
In conclusie
We zijn wat betreft het inkopen van nieuwe materialen in het nieuwe gedigitaliseerde informatielandschap om onze oren geslagen met een enorme informatie-explosie, waardoor we onze gebruikers in staat stellen te consumeerderen. Alleen gebeurt dat minder dan verwacht. Waarschijnlijk omdat we qua ontsluiting en beschikbaarstelling nog werken met technieken uit de vorige eeuw.
Waar wetenschappelijke bibliotheken zich bezighouden met produceren van informatie gaat het meestal om nieuwe digitale diensten gebaseerd op repositories. Deze repositories zijn echter nog maar een begin van een heel nieuw palet aan mogelijkheden voor bibliotheken.
Kortom er is zat werk aan de winkel.
Literatuur:
Evans, J. A. (2008). Electronic Publication and the Narrowing of Science and Scholarship. Science 321(5887): 395-394. http://dx.doi.org/10.1126/science.1150473 (restricted access)
Labels: bibliotheken, blogkermis, consumeren, produceren
12 december 2008
Het nieuwe leren
Dit filmpje in navolging van Edwin, Blogparty, Erwin Blom, Pierre en vele anderen die een met hele sympatieke posts op hun blog plaatsten ter ondersteuning van het waardeloze bericht dat Willem Karsenberg gisteren op zijn blog moest zetten. Er kwamen daar al veel steunbetuigingen. Gelukkig maar. Update Dingen lijken te veranderen.
In dezelfde week dat de minister Plasterk van onderwijs de wereld naar Web 2.0 zo open zet door wiki's en soortgelijke systemen te promoten in het onderwijs. In zo'n week komt de move van het Drenthe college om YouTube en Hyves te verbieden op de school toch wel heel vreemd over. Niet van deze wereld.
Wel lekker om Pink Floyd weer eens terug te horen op dit YouTube filmpje.
Labels: hyves, Onderwijs, Web 2.0, YouTube
11 december 2008
Wanneer ik vooruit kijk naar Google door mijn achteruitkijkspiegel
Het is weer de tijd van lijstjes. Van achterom kijken naar de meest populaire zoektermen, in Ask of AOL, maar ook vooruit kijken. Het -hardop- nadenken over wat het volgende jaar ons gaat brengen hoort even goed bij deze tijd van het jaar. Ik wil vanavond stil staan bij Google. Google vierde dit jaar zijn tiende verjaardag. De afgelopen 10 jaar heeft het zich ontwikkeld van een beginnende zoekmachine, tot de meest populaire zoekmachine, met bijna complete werelddominantie. Een bedrijf dat zich verder is gaan ontwikkelen tot compleet multimediabedrijf en een van de grootste uitgeverijen ter wereld. Zeer zeker het grootste reclamebedrijf ter wereld. Een goede analyse van de mogelijke strategieën die aan de schier oneindige expansie van Google ten grondslag liggen werd onlangs gegeven door faberNovel. Een analyse van de businessmodellen van Google die beslist de moeite waard is om goed op je in te laten werken.
Niet over businessmodellen
Ik wil het hebben over de wortels van Google. Het zoeken. Wat ik meen waar te nemen als trend van Google in 2008 is dat ze hun eigen zoekmachine weer serieus zijn gaan nemen. Natuurlijk hebben ze altijd aan hun zoekmachine gewerkt, maar de laatste jaren was Google drukker met allerhande zaken, behalve search. Daar lijkt dit jaar een kentering in gekomen te zijn. Waarschijnlijk zal de economische crises deze trend de komende tijd alleen maar versterken. Versterken van de basis. Doen waar je goed in bent. Dat zal de animo van Google wel eens kunnen verminderen om weer nieuwe soorten bedrijven en activiteiten over te nemen of te starten. Maar gewoon weer werken aan zoektechnologie.
De trends van Google op het gebied van zoeken in 2008
Google is in 2008 serieus begonnen met het verkleinen van het gapende gat aangeduid wordt als het Diepe Web of het Onzichtbare Web. Voor het bestaan van het Diepe Web zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. De allergrootste is het feit dat zoekmachines weinig kunnen met databases op het Web. Dit jaar kwam Google echter met het bericht dat het een begin is gaan maken met het indexeren van informatie achter zoekformulieren. Tel daar nog eens bij op dat Google tegenwoordig ook veel beter omgaat met dynamische URL's. Dan lijkt het database probleem op een haar na geveld.
Daarnaast is optische tekst een bekend probleem. Zeker het wetenschappelijke -serieuze?- deel van het Web is vergeven van grafisch tekstbestanden die niet ge-OCR-ed zijn. Een voorbeeld is dit oude patent. Sinds kort is Google begonnen met het indexeren van de teksten in al dit soort grafische bestanden. Voor deze technologie staan er hele rijen met wetenschappelijke tijdschriften bij uitgevers waar de ook oplossing ook op toegepast kan worden. Voor Google Scholar zijn er dus nog volop mogelijkheden.
Als derde trend is er de aankondiging Google is begonnen met het indexeren van flash files. Tot voor kort werden Flash files nog niet geindexeerd maar sinds juni dit jaar is Google er mee begonnen.
Vinden met Google in 2009
Al met al kan je stellen dat Google het afgelopen jaar is gekomen met een reeks van maatregelen om die een serieuze poging zijn om het Diepe Web een stukje te dempen. Het zijn technieken die door Google ontwikkeld zijn om nu en volgende jaren in te zetten en waarvan de resultaten geleidelijk beschikbaar komen. Het Diepe Web bestaat nu nog steeds. Je kunt het ook nog makkelijk zien bij een Flash tijdschrift als Paarsmagazine waarvan Google er op dit moment slechts een twintigtal webpagina's van heeft geindexeerd. Maar wat ik hier schets lijken de opmaten voor Google om Search weer centraal te gaan stellen. In 2009 zullen we van deze technologieën de vruchten gaan plukken.
Kortom, veel plezier met vinden met Google in 2009
Niet over businessmodellen
Ik wil het hebben over de wortels van Google. Het zoeken. Wat ik meen waar te nemen als trend van Google in 2008 is dat ze hun eigen zoekmachine weer serieus zijn gaan nemen. Natuurlijk hebben ze altijd aan hun zoekmachine gewerkt, maar de laatste jaren was Google drukker met allerhande zaken, behalve search. Daar lijkt dit jaar een kentering in gekomen te zijn. Waarschijnlijk zal de economische crises deze trend de komende tijd alleen maar versterken. Versterken van de basis. Doen waar je goed in bent. Dat zal de animo van Google wel eens kunnen verminderen om weer nieuwe soorten bedrijven en activiteiten over te nemen of te starten. Maar gewoon weer werken aan zoektechnologie.
De trends van Google op het gebied van zoeken in 2008
Google is in 2008 serieus begonnen met het verkleinen van het gapende gat aangeduid wordt als het Diepe Web of het Onzichtbare Web. Voor het bestaan van het Diepe Web zijn meerdere oorzaken aan te wijzen. De allergrootste is het feit dat zoekmachines weinig kunnen met databases op het Web. Dit jaar kwam Google echter met het bericht dat het een begin is gaan maken met het indexeren van informatie achter zoekformulieren. Tel daar nog eens bij op dat Google tegenwoordig ook veel beter omgaat met dynamische URL's. Dan lijkt het database probleem op een haar na geveld.
Daarnaast is optische tekst een bekend probleem. Zeker het wetenschappelijke -serieuze?- deel van het Web is vergeven van grafisch tekstbestanden die niet ge-OCR-ed zijn. Een voorbeeld is dit oude patent. Sinds kort is Google begonnen met het indexeren van de teksten in al dit soort grafische bestanden. Voor deze technologie staan er hele rijen met wetenschappelijke tijdschriften bij uitgevers waar de ook oplossing ook op toegepast kan worden. Voor Google Scholar zijn er dus nog volop mogelijkheden.
Als derde trend is er de aankondiging Google is begonnen met het indexeren van flash files. Tot voor kort werden Flash files nog niet geindexeerd maar sinds juni dit jaar is Google er mee begonnen.
Vinden met Google in 2009
Al met al kan je stellen dat Google het afgelopen jaar is gekomen met een reeks van maatregelen om die een serieuze poging zijn om het Diepe Web een stukje te dempen. Het zijn technieken die door Google ontwikkeld zijn om nu en volgende jaren in te zetten en waarvan de resultaten geleidelijk beschikbaar komen. Het Diepe Web bestaat nu nog steeds. Je kunt het ook nog makkelijk zien bij een Flash tijdschrift als Paarsmagazine waarvan Google er op dit moment slechts een twintigtal webpagina's van heeft geindexeerd. Maar wat ik hier schets lijken de opmaten voor Google om Search weer centraal te gaan stellen. In 2009 zullen we van deze technologieën de vruchten gaan plukken.
Kortom, veel plezier met vinden met Google in 2009
Labels: Diepe Web, Google, Zoeken
Kleurenplaten in Google Book Search
Flore médicale Door François Pierre Chaumeton, Ernestine Panckoucke, Jean Luois Marie Poiret, Pierre Jean François Turpin: "
"
Vanmiddag verbaasde ik mijn over deze prachtige plaat in kleur uit de Google Book Search van Universidad Complutense de Madrid. Cacao is een oude liefde van me, vandaar.
Net ervoor las ik echter minder mooie berichten over GBS.
hattip: OA News, BusalBlog
Vanmiddag verbaasde ik mijn over deze prachtige plaat in kleur uit de Google Book Search van Universidad Complutense de Madrid. Cacao is een oude liefde van me, vandaar.
Net ervoor las ik echter minder mooie berichten over GBS.
hattip: OA News, BusalBlog
Labels: Google books, Illustraties
03 december 2008
Het dichtsbijzijnde boek meme
Ik had het al op wat Ameriakaanse blogs voorbij zien komen, maar vanavond dan ook in Nederland aangekomen. Bij Ubetom zag ik het net.
"Al grasmaaiend kun je daar lang over nadenken, de schoonheid van het woord, overlastdonatie, alleen al, net als trouwens Günter Grass die als zeventienjarige bij de Waffen-SS zat en daar een leven lang over zweeg in plaats van er een roman over te schrijven en over het feit dat er meer mensen doodgaan aan overgewicht en vetzucht dan aan honger, maar dat desondanks niemand er over piekert extra belasting te gaan heffen op hamburgers en patat."
Uit Tout van bien : berichten uit Frankrijk van Martin Bril, dat hier toevallig naast mijn PC lag omdat ik het morgen aan een collega wil geven die bezig is met een vakantiehuis in Frankrijk.
De regels zijn simpel:
Onder dat boek lag Bill Bryson's A short history of nearly everything. Zou misschien wel veel chiquer hebben gestaan. Het werd echter Bril, ik denk op dit moment onze beste dagelijkse stukjesschrijver.
"Al grasmaaiend kun je daar lang over nadenken, de schoonheid van het woord, overlastdonatie, alleen al, net als trouwens Günter Grass die als zeventienjarige bij de Waffen-SS zat en daar een leven lang over zweeg in plaats van er een roman over te schrijven en over het feit dat er meer mensen doodgaan aan overgewicht en vetzucht dan aan honger, maar dat desondanks niemand er over piekert extra belasting te gaan heffen op hamburgers en patat."
Uit Tout van bien : berichten uit Frankrijk van Martin Bril, dat hier toevallig naast mijn PC lag omdat ik het morgen aan een collega wil geven die bezig is met een vakantiehuis in Frankrijk.
De regels zijn simpel:
- Neem het dichtsbijzijnde boek, nu meteen
- Ga naar pagina 56
- Vind de vijfde zin
- Citeer die zin op je blog
- Kopieer deze instructies onderaan de post
- Zoek niet naar een goed boek, mooi boek, maar pak het dichtsbijzijnde
Onder dat boek lag Bill Bryson's A short history of nearly everything. Zou misschien wel veel chiquer hebben gestaan. Het werd echter Bril, ik denk op dit moment onze beste dagelijkse stukjesschrijver.
02 december 2008
Van informatievaardig naar mediawijs
Vanochtend mocht ik eerst cursus geven over het zoeken naar vrij toegankelijke wetenschappelijke informatie op het Web. Het doelgroep van deze cursus is altijd een beetje tweeledig. Ten eerste onderzoekers die om een of andere reden niet met de bibliotheeksystemen willen zoeken, om die wat meer vaardigheden bij te brengen zodat ze efficienter met allerhande webzoekmachines om kunnen gaan. Ik ben niet meer verbaasd wanneer de meesten Google Scholar nog niet kennen, ook niet nu die zo handig geworden is voor het opsporen van vrij toegankelijke versies van wetenschappelijke artikelen.
De twee reden voor deze cursus zijn onze studenten, vaak van zeer internationaal pluimage, maar ook onze 'eigen' studenten vliegen meestal uit voor een periode van studie in het buitenland. In de praktijk hebben ze lang niet altijd beschikking over een digitale bibliotheek zoals wij in een Nederlandse universiteitsbibliohteek gewend zijn. In die gevallen is het efficient opsporen van wetenschappelijk materiaal een belangrijke vaardigheid.
Mooie bijkomer vandaag was dat Sinterklaas tijdens de cursus een bezoek kwam brengen. Dat moesten we dus in het Maleis, Pools, Beninees en zo nog wat meer nationaliteiten ook maar even uitleggen.
's Middags moest ik uit een ander vaatje tappen. Ik was uitgenodigd om voor de onderwijzers van de lokale middelbare school een verhaal te houden over de doorlopende leerweg informatievaardigheden voor leerlingen en studenten te geven. Mooie opdracht, maar ik had zelf meer het idee om ook de onderwijzers te confronteren met het gat tussen de digital natives en imigrants en het accent op mediawijsheid te leggen. Zelf zag ik mijn rol als het stimuleren van de discussie voor de werkgroepen die daarna met dit thema aan de slag mochten. Eigenlijk is het wel een logisch verhaal om vanuit de informatievaardigheden ook verder te werken aan mediawijsheid. Bij ons aan de universiteit gebeurt daar weinig aan voor zover ik dat kan waarnemen.
Ik denk dat het stimuleren van de discussie wel is gelukt. Alleen kon ik daar niet meer bij zijn. Ik was van te voren al spaarzaam geweest met het maken van slides in mijn powerpoint presentatie, men was trouwens wel verbaasd dat ik voor mijn verhaal een powerpoint had voorbereid. Het ging mij dit keer om het vertellen van het het verhaal. En de leraren luisterden geboeid. Af en toe geroezemoes, zoals bij een plaatje uit het tijdsbestdingsonderzoek. Soms kwamen er voor hen totaal nieuwe dingen voorbij, zoals bijvoorbeeld Librarything.
Aan het eind van mijn presentatie nog gewezen op de 23 onderwijsdingen die Rob Coers met de Overijsselse bibliotheken voor het onderwijs aan het ontwikkelen is. In Wageningen zijn ze daar klaar voor.
De twee reden voor deze cursus zijn onze studenten, vaak van zeer internationaal pluimage, maar ook onze 'eigen' studenten vliegen meestal uit voor een periode van studie in het buitenland. In de praktijk hebben ze lang niet altijd beschikking over een digitale bibliotheek zoals wij in een Nederlandse universiteitsbibliohteek gewend zijn. In die gevallen is het efficient opsporen van wetenschappelijk materiaal een belangrijke vaardigheid.
Mooie bijkomer vandaag was dat Sinterklaas tijdens de cursus een bezoek kwam brengen. Dat moesten we dus in het Maleis, Pools, Beninees en zo nog wat meer nationaliteiten ook maar even uitleggen.
's Middags moest ik uit een ander vaatje tappen. Ik was uitgenodigd om voor de onderwijzers van de lokale middelbare school een verhaal te houden over de doorlopende leerweg informatievaardigheden voor leerlingen en studenten te geven. Mooie opdracht, maar ik had zelf meer het idee om ook de onderwijzers te confronteren met het gat tussen de digital natives en imigrants en het accent op mediawijsheid te leggen. Zelf zag ik mijn rol als het stimuleren van de discussie voor de werkgroepen die daarna met dit thema aan de slag mochten. Eigenlijk is het wel een logisch verhaal om vanuit de informatievaardigheden ook verder te werken aan mediawijsheid. Bij ons aan de universiteit gebeurt daar weinig aan voor zover ik dat kan waarnemen.
Ik denk dat het stimuleren van de discussie wel is gelukt. Alleen kon ik daar niet meer bij zijn. Ik was van te voren al spaarzaam geweest met het maken van slides in mijn powerpoint presentatie, men was trouwens wel verbaasd dat ik voor mijn verhaal een powerpoint had voorbereid. Het ging mij dit keer om het vertellen van het het verhaal. En de leraren luisterden geboeid. Af en toe geroezemoes, zoals bij een plaatje uit het tijdsbestdingsonderzoek. Soms kwamen er voor hen totaal nieuwe dingen voorbij, zoals bijvoorbeeld Librarything.
Aan het eind van mijn presentatie nog gewezen op de 23 onderwijsdingen die Rob Coers met de Overijsselse bibliotheken voor het onderwijs aan het ontwikkelen is. In Wageningen zijn ze daar klaar voor.
Labels: informatievaardigheden, mediawijsheid, Searching for Science
