18 februari 2009

 

23 dingen. En toen?

Afgelopen dinsdag werd er een bijeenkomst georganiseerd door Biblioservice Gelderland over het thema hoe nu verder na "de 23 dingen". Moqub was daar te gast en heeft een mooi verslag geschreven -lees vooral ook het uitgebreide commentaar van Ritnila- en ook gastvrouw Yvonne Sinkeldam heeft een korte samenvatting geblogd. Gerard die er ook aanwezig was, gaat heel kritisch in op de verwachtingen ten aanzien van de 23 dingen cursus. Hoewel ik voor deze brainstorm was uitgenodigd, was ik verhinderd omdat ik op hetzelfde moment een Web 2.0 cursus in bij de Universiteitsbibliotheek in Nijmegen aan het geven was. Cursussen te over om Web 2.0 vaardigheden op te doen, maar wat daarna? 

De Biblioservice brainstorm valt conceptueel voor mij samen met een blogpost van de directeur van de openbare bibliotheek in Wageningen, die zich in arren moede nu verzucht hoe het nu verder moet zijn web 2.0 vaardige medewerkers.

Eigenlijk zie ik hier een herhaling van een discussie die zich bij de UBA afspeelde waar een aantal deelnemers een symposium hebben georganiseerd over het onderwerp "sinds Spoetnik" -een soort ingekorte 23 dingen cursus- Naast de powerpoints van dat minisymposium die op de spoetnik blog gelinkt staan is er een verslag van die dag te vinden op het blog van een beetje adjunct. Ik had zelf voor die gelegenheid een ook een visie van een buitenstaander geschreven en kreeg daar een nogal gepikeerd commentaar op van een van de Spoetnikkers. Maar toch wanneer ik mijn eigen post herlees, ga ik hier weer Monique Verweijmeren aanhalen

De interesse is er wel, veel bibliotheken laten hun medewerkers bijvoorbeeld het 23 dingen traject volgen maar in de periode daarna zie je toch relatief weinig dat zaken echt opgepakt en doorgezet worden. En zoals Gerard in andere woorden aangeeft, gooi geen roeiboten los als je niet van plan bent om te gaan roeien, dat levert alleen maar het bekende gevoel op van iets aangeraakt te hebben maar er niet mee verder te kunnen, één bonk frustratie bij de koplopers, het weer wegzakken van kennis bij de volgers, en de kont tegen de kribbers kunnen zeggen: 'zie je wel dat het toch niks oplevert'.
Ik zet hier voor het gemak een en ander aan reflecties op de Web 2.0 cursussen van de laatstetijd op een rij omdat je toch wel kan spreken over een algemene tendens. Met vraagt zich af hoe nu verder moet na de 23 dingen, 14 dingen, 13 dingen, 7 dingen of wat voor variant van een Web 2.0 cursus dan ook.

Ik ben in eerste instantie heel erg verbaasd dat er uit de brainstorm van Biblioservice in Elst naar voren kwam dat "Vooral het management moet visie ontwikkelen op het gebied van web 2.0." Terwijl de Wageningse bibliotheek directeur kort daarvoor blogt: "Het roepen van dat de wereld en de bibliotheken helemaal anders worden (o.a. bibliotheek 2.0) is voor mij te mager. Ik mis de aansluiting op en in de context van onder andere de landelijke (strategische) ontwikkelingen". Wanneer je deze uitspraken naast elkaar zet illustreert het de patstelling die dreigt ontstaan en komen we na, of ondanks, 23 dingen totaal niet verder.

Ik heb nooit zo gehouden voor mij iets te schreeuwerige werk van Michael Casey maar ik moet hem nu wel in de strijd gooien om de impasse te doorbreken. In de meeste discussies over bibliotheek 2.0, en daar maak ik mezelf ook schuldig aan, gaat het meestal over de nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden op het Web. Een heel belangrijk aspect zijn echter de mensen. 
De mensen die werken in de bibliotheek en die gebruik maken van de diensten van de bibliotheek. Het gaat er om dat de medewerkers in de bibliotheek om kunnen gaan met het veranderende media-aanbod. Dat bestaande en nieuwe gebruikers voorzien kunnen worden van informatie die ze nodig hebben via kanalen die hen aanspreekt -de bibliotheek is in staat zich plooibaar op te stellen-.  

In mijn visie zie ik de hele roll-out van 23 dingen en aanverwante cursussen de manier om de huidige generatie medewerkers uit te rusten met nieuwe mogelijkheden en technieken om nieuwe dingen in de bibliotheek te kunnen gaan doen. Het gaat daarbij niet om het feit dat ze weten wat last.fm is en hoe dat ongeveer werkt, maar wel dat radio gedicteerd door Hilversum letterlijk een gepasseerd station is en dat het niet voldoende is dat je in je bibliotheek bakken vol CD's hebt staan. Media veranderen, misschien wel sneller dan voorheen. De bibliotheek moet mee veranderen om de relevante rol als informatiebemiddelaar in deze gemedialiseerde maatschappij te kunnen behouden.

Zelfs de minister geeft in zijn zienswijze aan dat de bibliotheekvernieuwing een grote digitale component heeft. Zo niet, volledig om digitale bibliotheekvernieuwing draait. Bij een goede digitale bibliotheek hoort ook een digitale bibliotheekdienstverlening. Medewerkers zullen dus voorbereid moeten zijn op die omslag naar digitaal werken te kunnen maken. De 23 dingen geven daar mijns inziens een goede aanzet toe.

Van de bibliotheekvernieuwing die noodzakelijk is vind ik het belangrijk dat die vooral bedacht wordt door de medewerkers op de werkvloer en de gebruikers van de bibliotheek. Maar om wegen van vernieuwing te zien, moeten we wel weten wat de mogelijkheden zijn. Daarom  zijn de 23 dingen cursussen zo belangrijk. Een heel palet aan mogelijkheden en kansen wordt geboden en de nieuwsgierigheid wordt gewekt. De nieuwsgierigheid die gewekt wordt, die nieuwsgierigheid is een essentiële voorwaarde om innovatief bezig te kunnen zijn. Ook in de bibliotheek. 

Het charmante van veel bibliotheek 2.0 ideeën is dat die bedacht zijn door betrokken medewerkers op de werkvloer. Het is tot nu toe een echte bottom up beweging geweest. Daarom ben ik zo verbaasd, verbolgen eigenlijk, over de uitkomst van de brainstorm in Elst, waarin geconcludeerd wordt dat 'het management' de lijnen moet uitzetten. Maar hoe bottom-up de beweging ook mag zijn, ondersteuning en ruimte van het management voor de dromers en de vernieuwers is wel noodzakelijk. Maar helaas voor de managers, de bottom up beweging gaat niet zover dat we de jaarlijkse begroting bij de subsidiegevers veiligstellen. Wat dat betreft blijven de managers en directeuren nodig opdat de medewerkers kunnen dromen, durven en doen.
  
Volgens mij is het nu aan de honderden geslaagden van de 23 dingen cursussen om zich te gaan roeren en  ideeën opgedaan in de cursus op hun werk in de praktijk te gaan brengen. Er zijn ook voorbeelden te over dat er dingen opgepikt worden. Een blog hier. Een chatbox daar. Het hoeft niet allemaal tegelijk overhoop gehaald te worden, maar het is wel belangrijk dat we goede toepassingen vinden, nieuwe diensten creëren, en nieuwe leden binnenhalen. Met 23 dingen zijn we uitgerust om de eerste stappen op het gebied van digitale dienstverlening te zetten.  

Labels: ,


Comments:
Ik had graag bij 'Elst' willen zijn, maar ik had het veel te druk met Dingen! Maar nu toch maar 's in de pen geklommen. Te beginnen met een dank aan Moqub en Gerard voor hun puike verslagen.

Post van mijn hart, Wouter! Sjaak Driessen zegt in zijn post ook heel goed dat het management speelruimte moet bieden aan de medewerkers, zodat zij ook na 23 dingen kunnen blijven groeien. Ik wou 'm bijna knuffelen toe hij tijdens de afsluitende sessie in Wageningen ook nog uitsprak dat hij gelooft in de 'Homo Ludens', de spelende mens ;-)

Ook treffend aan de woorden van Sjaak, en dat moet iedereen zich maar eens realiseren, was de opmerking dat wanneer het project eenmaal is afgerond, de druk 'naar boven toe' alleen maar toe zal nemen. En chapeau voor de staf die luistert naar de medewerkers en ernaar handelt.

Ik begrijp de opkomende "hoe nu verder" vraag wel, maar ik heb nu meer dan genoeg mensen ontmoet die al ongeLOOFlijk ver zijn gekomen, dankzij 23dingen. Een groeispurt hebben meegemaakt.

Dat de bibliobloggers 23 Dingen nu zo ondersteunen en het belang voor de organisatie en het individu zo benadrukken, vind ik hartverwarmend. Op een of andere manier denk ik dan ook dat het wel goed komt. Het veld begint zich te roeren, en het kan niet anders dan goed zijn :)

En over concrete uitwerkingen... het is toch allemaal niet zo ingewikkeld? Wacht toch niet op voorstellen 'van boven', van pso of vob, begin gewoon. De bibliotheek kan zich met de 2.0 tools die in 23 Dingen worden bekeken zo snel en makkelijk positioneren IN de gemeenschap, op lokaal niveau. Er zijn nu al zoveel 'afgezwaaiden'... kom op zeg!
 
Hi WoW!ter,

maar natuurlijk gaat het om de mensen maar als die mensen aangeven dat de tijd die zij nodig hebben om dingen zich eigen te maken hen niet gegund worden hoe moeten zij dan de mensen (lees klanten) ondersteunen met nieuwe media of technologie. Ik zie het enthousiasme maar ik zie ook de frustratie van degenen die 23 dingen hebben volbracht en vervolgens er niets mee mogen doen in de eigen bibliotheek. Niet voor niets pleit David Lee King in zijn presentaties om speeltijd. Alleen is speeltijd in de bibliotheek een onbekend begrip. Er zijn gewoon teveel andere dingen te doen en het management wil vaak niet een keuze maken, want er moeten nu eenmaal dingen gelaten worden om nieuwe dingen toe te laten.

Het blijft lastig maar ik denk dat Rob wel gelijk heeft als hij schrijft dat de massa 23 dingende bibliotheekmensen er inmiddels wel is, zij kunnen toch niet stilletjes in een hoekje wegkruipen en het weer voorbij laten waaien.

Moqub
 
Ik behoor tot de gelukkigen die wel tijd krijgen om te spelen. En speel daarnaast ook graag in vrije tijd (en daar zijn er bij ons meer van).
Maar ben inderdaad benieuwd hoe het straks in organisatie gaat als we klaar zijn (1 juni moet iedereen klaar zijn).
Er moet (!!) een vervolg komen in de dagelijkse praktijk, maar gaat dat ook lukken?
Moet!
 
Op twee elementen in deze discussie een reactie. Laat ik op als manager eerst reageren op de rol van het management.
De leiding is verantwoordelijk voor beleid en zet lijnen uit. Juist en wat betekent dit voor web 2.0. Voor mij betekent dit dat wij opleiding faciliteren en ruimte geven aan medewerkers die ideeën hebben en kleinschalige toepassingen stimuleren. Omdat wij de impact van web 2.0 donders goed begrijpen, beraden we ons op de consequenties voor onze dienstverlening en systemen: welke toepassingen blijven en welke hebben echt toegevoegde waarde? En dit is geen sinecure omdat de betrouwbaarheid en continuïteit van je diensten van groot belang zijn. En dus kan je niet met allerlei winden meewaaien en hierop je institutionele systemen aanpassen. In Nederland zijn we volgers, we volgen dus de ontwikkelingen bij onze collega’s. Misschien kan Guus van Brekel wat meer over dit dilemma delen? Collega managers zou ik ook willen aanspreken op wat web 2.0 betekent voor de ‘transparante’ interne organisatie, communicatie en samenwerking? Op deze terreinen is het mogelijk te bewijzen dat je de ontwikkelingen serieus neemt en dat je deze inzet om de organisatie beter ta laten functioneren. Medewerkers die stuklopen met hun ambities zou ik adviseren om nog een keer hun leidinggevende uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit maar denk ook eens aan een andere baan..
Met betrekking tot de impact en gevolgen voor medewerkers zou ik ook graag een verdieping van de discussie zien. Je kan wel een cursus doen maar web 2.0 omarmen is ook een houding, je moet je werkwijze en je tools opnieuw kiezen, organiseren, evalueren etc. Dit is dus niet iets wat je tussen 9-17.00 uur doet. Wat betekent dit voor al die collega’s die de boot missen of op achterstand blijven? Is dit erg?
 
23 dingen heeft inderdaad een inleidend karakter, is slechts een aanzet tot het anders kijken naar je werk, de klanten en de media die je kunt gebruiken maar heeft, zo merk ik nu heel goed, ook een sterke invloed op weerstand.

Nu in de Zeeuwse Bibliotheken veel mensen de cursus volgen of hebben gevolgd merk ik toch dat gesprekken op een andere manier worden gevoerd, dat grotere groepen de mogelijkheden beginnen te onderkennen en buiten de gebruikelijke kaders beginnen te denken.

Het gaat lang niet zo snel als je altijd zou willen maar het moet gezegd: er begint iets te veranderen.

Geduld is derhalve ook een randvoorwaarde. Draagvlak bij het management is overigens wel van belang. Zij hoeven de visie niet te ontwikkelen maar moeten er wel voor openstaan...
 
Een aardige aanvulling:

http://www.dutchcowboys.nl/web2dot0/16291
 
ik heb nooit 23 dingen gevolgd, maar door mijn eigen hobbies ben ik wel goed bekend met de meeste onderwerpen.

Ik zie de vaardigheden die men opdoet als een toolbox. Je moet weten wat de verschillende gereedschappen zijn zodat je ze kan gebruiken wanneer er een bepaalde behoefte is.

Die behoefte staat wat mij betreft voorop en web2.0 toepassingen bieden vaak meer mogelijkheden dan de traditionele middelen. Zo heb ik bijvoorbeeld minder ondersteuning nodig van onze technische dienst en kan tegelijkertijd meer service aan onze klanten bieden.

Bijvoorbeeld; vakrelevante informatie bloggen; informatie op de website zetten kan ook, maar kost tijd en moeite van webredactie en programmeurs. Mailen kan ook, maar is niet blijvend en biedt geen ruimte voor widgets (bv. custom search) en wordt ervaren als spam door gebruikers.
 
Ik ben geen informatie medewerker maar ik heb toch met veel plezier deze cursus gedaan.
Het hoort gewoon bij je ontwikkeling als mens.
Hoe dit precies gaat "werken" in werkelijke acties in onze bieb is nog onduidelijk.
(Ik heb wel een paar ideeën)
Maar de grond is rijp gemaakt om te zaaien.
De enthousiastelingen in ons team zullen elkaar helpen en stimuleren.
"t zal niet morgen klaar zijn, maar veranderen zal het.
 
Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een koppeling maken



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?