16 november 2009

 

Instant satisfaction deel II


Een week geleden blogde ik al eens over instant satisfaction voor gebruikers van de catalogus. Volgens EricSieverts was dat nog ver weg, maar volgens mij kwam het wel steeds dichter bij. Alleen vertrouwde ik toen de cijfers van ons catalogus systeem niet zo -dat blijkt inderdaad wat technische oorzaken te hebben. Daarom heb ik het eens overgedaan, niet via het formulier, maar met wat URL manipulatie. Slechts op die manier kun je het juiste resultaat krijgen.

Wat blijkt we zitten al op een 70% elektronisch items in de catalogus. Je zit nog meer in de grafiek natuurlijk. Het aantal items dat we per publicatie jaar collectioneren nam in de periode 1995-2004 drastisch af. Komt ondermeer omdat we in de loop der tijd gestopt zijn met allerhande ruilabonnementen. Daarnaast zijn we ook minder geneigd om dingen die vroeger op papier binnenkwamen nu elektronisch te collectioneren.

De invloed van de Springer deal, waarbij we alle Springer boeken die uitkomen sinds 2005 per jaar kopen. Het vakgebied doet daar niets aan af, is het aantal titels weer behoorlijk gestegen, evenals het aantal elektronische items. Toch zet de groei in het aantal elektronische items ondanks de Springer deal onverdroten door.

Instant satisfaction? We zijn er bijna voor de jongste jaren. Nu rest ons alleen dat enorme magazijn te digitaliseren.

Labels: , , ,


09 november 2009

 

Instant satisfaction is ook in de catalogus om de hoek



Instant satisfaction in de catalogus, het geluk van ontdekken en vrijwel gelijk in handen hebben van dat wat je net ontdekte, is volgens Eric Sieverts zijn laatste column in de IP nog ver weg. Volgens Sieverts kunnen catalogi nooit tegen de zoekmachines -lees Google- op. Hij schrijft "Daar kunnen onze klassieke catalogi nooit tegenop, wat voor mooie trucjes men ook bedenkt om mensen ietsje sneller aan boeken of papieren copietjes te helpen."

Toch ben ik minder pessimistisch dan Eric. Ik heb eens in onze catalogus gekeken en zag we we over de laatste iets in de orde van 60,000 items per jaar aan de catalogus toevoegen. Ik was een beetje verbaasd over dit hoge aantal. Het neemt duidelijk af over de laatste jaren.

Daarnaast heb ik gekeken naar het aantal elektronische items dat we per publicatiejaar toegevoegd hebben. Dat stijgt gestaag. Van een kleine duizend items in 1995 tot ruim 7,500 voor 2008. Het sprongetje vanaf 2005 is zeer waarschijnlijk volledig op het conto van de Springer boeken die we elektronisch collectioneren toe te schrijven. Dat soort modellen gaan natuurlijk steeds meer komen.

Het percentage elektronisch fulltext items in de catalogus stijgt dus van minder dan een procent in 1995 naar 15% in 2008. We zijn er nog lang niet, maar ik denk dat we er wel degelijk naar toe groeien.

Waarschijnlijk helpt het wanneer we de scheiding van elektronische en papieren zoekhulpmiddelen eens overboord zetten, en we creatiever omgaan met het harvesten van elektronische bestanden zoals Internet Archive digitale teksten en Google Books en dat matchen met ons papieren bezit.

Ben trouwens wel heel benieuwd of die 60,000 wel correct is. Misschien wordt dit wel vervolgd.

Labels: , , ,


20 augustus 2009

 

Willen de echte partners van Google Books op staan?

Gisteren verbaasde ik me over de wat eenzijdige berichtgeving van zowel ZBdigitaal en de Informatie Professional over de aangekondigde mogelijke samenwerking van de beroemde Bibliothèque nationale de France en het bibliotheekprogramma van Google Books. En vanochtend repte de Volkskrant er ook al over.

Het is natuurlijk een hele stap dat de grootste (?) Franse bibliotheek misschien gaat samenwerken met het Google Books programma om de auteursrechtenvrije werken te gaan digitaliseren. Maar het is zeker geen unicum voor een Franse bibliotheek, laat staan een voornamelijk Franstalige bibliotheek. Iets meer dan een jaar geleden kondigde de gemeentebibliotheek van Lyon al aan dat die ging samenwerken met het Google Books programma. Het ging daarbij om zo'n half miljoen boeken. Daarnaast vermoed ik dat de universiteitsbibliotheek van Lausanne -ook een Google Books partner- een aanzienlijke collectie auteursrechtenvrije Franse werken in haar bezit heeft.

Toch werden deze eerdere Franse geörienteerde inbrengen in het Google Books programma niet opgemerkt door normaal toch scherpe bibliotheeknieuws volgers en brengers. Vanochtend kreeg ik pas door hoe dat kan gebeuren. Wanneer je in Nederland op zoek gaat naar de lijst van bibliotheken die deelnemmen in het Google Books programma kom je op een Nederlandstalige pagina uit: http://www.google.com/googlebooks/partners.html. In eerste instantie lastig om daar vanaf te komen en in Engelstalige equivalent te vinden. Even zoeken in Google en naar de cache pagina kijken bevestigde mij dat de Nederlandstalige lijst afweek van de Engelstalige lijst. Dit soort eigenwijs gedrag van Google leidt bij mijn tot flink wat irritatie. Waarom krijg ik met de .com url een Nederlandse pagina en niet de Engelse? Waarom beslist Google voor mij dat het beter is om de Nederlandse lijst voor de neus te houden en niet de Engelse? Ergernis alom dus. Google is best leuk, maar op zijn tijd bijzonder irritant.

Ik moet het anders aanpakken. Hoe moest ik Google ook alweer om de tuin leiden zodat ik op de echte Engelse lijst kon komen. Wat spelen met de URL levert uiteindelijk de volledige (?) lijst: http://www.google.com/intl/en/googlebooks/partners.html. Je vraagt je nu natuurlijk af welke taalversie misschien wel een nog langere lijst heeft. De Spaanse versie misschien, of toch de Franse?

Ach de lijstjes schelen slechts één bibliotheek. Maar het was nu juist die éne waar het om ging in dit geval. Nu is het alleen nog even afwachten of de uitgelekte deal inderdaad door gaat. C'est une affaire très delicate.

Labels: , , , , ,


01 juni 2008

 

Over het digitaliseren van de papieren bibliotheek

Vorige week gaf Josje Calff een goede lezing over het digitaliseren de papieren bibliotheek. Ze stelde daarbij twee vragen die ze deels beantwoorde.
  1. Is elektronische opslag goedkoper van papieren opslag -even afgezien van de duurzaamheid die bij digitale opslag nog niet bewezen is.
  2. Moeten we selecteren bij het digitaliseren of moeten we gewoon van linksboven in de kast naar rechtsonder werken.
Direct na afloop van de lezing wees Marc van de Berg al op het Life project van de British Library dat antwoord poogt te geven op de eerste vraag.

Een dag daarvoor had een beetje adjunct wat cijfers opgerakeld en opgepoetst over aantallen boeken die momenteel al gedigitaliseerd zijn. Zijn conclusie was dat ongeveer 2% van de titels in Worldcat digitaal beschikbaar is er dat er daarom "Er is en blijft vooralsnog een ‘tremendous scope’ voor digitaliseringsprojecten. En voordat “the world’s information” volledig digitaal beschikbaar is zijn we dus ook nog wel een flink aantal jaren verder."

Labels: ,


24 oktober 2007

 

Commerciële diensten en ideële instellingen

Toen Google books –in december 2004 nog Google Print geheten- zijn programma voor bibliotheken lanceerde viel de bibliotheekwereld van zijn stoel van verbazing. Tumult alom. Uitgevers en schrijvers liepen te hoop, maar ik denk dat heel veel bibliotheken wel een beetje jaloers waren op dit project. Stel je voor, je hele magazijn digitaal beschikbaar voor weinig of geen geld. Sommige directeuren zagen de bezuinigingen op het magazijn of personeel al voor zich.
De Google Books olievlek breidde zich verder uit. Ondertussen zijn er ongeveer 25 bibliotheken die meedoen. Daarnaast kwam de oppositie. Microsoft, ook met diepe zakken, kwam en de Open Content Alliance kwam als belangrijk alternatief, maar zij hebben niet zoveel geld.
In het imperium van de Google Books libraries kwamen in maart de eerste barstjes toen Peter Brantley, de toenmalige directeur van de California Digital Library, zijn eerste twijfels uitte over de voorwaarden waaronder Google de collecties mocht scannen. In de New York Times van twee dagen terug, staat een lang verhaal over nog meer bibliotheken die niet konden leven met de voorwaarden van Google of Microsoft. Het grootste probleem is dat van het monopoly op het beschikbaar maken van de digitale versie. Het OCA project van Brewster Kahle kent dit soort restrictieve voorwaarden trouwens niet, maar daar kost het scannen van een boek ongeveer 10 US$ cent per pagina, of ongeveer 30 US$ per boek. Een magazijn met een slordige miljoen boeken kost zo een aardig vermogen om te digitaliseren.
Projecten als de Worlddigitallibrary, dat vorige week woensdag een eerste prototype afleverde, zijn vanwege de restricties zoals bovengenoemd dan ook helemaal niet gebaat bij grote commerciële boekscanprojecten. Het is in dat licht dan ook verbazingwekkend dat de British Library zo’n grote collectie door Microsoft laat scannen. Het zijn toch vooral de grote nationale bibliotheken die in projecten als the european library project of worlddigitallibrary de digitale content moeten leveren.
Wanneer Google aanbiedt ons hele bezit te gaan scannen? Dan zou ik daar nog eens een goede nacht over moeten slapen.

Labels: , , ,


This page is powered by Blogger. Isn't yours?