27 mei 2008

 

1989 : Mijn gesproken column tijdens de technologie update voor kenniswerkers

1989 zal voor de meesten mensen in de zaal in het geheugen gegrift staan als het jaar van de val van de Berlijnse muur. Enkelen van U zullen nog precies weten wat ze deden op de avond van de 9e november 1989 toen de Oost-Berlijners met open armen door West-Berlijners werden ontvangen. Het was live op televisie!

1989 zal niet bij iedereen synoniem zijn met het jaar waarin Tim Berners-Lee het voorstel schreef voor wat later uitgroeide tot het World Wide Web. Met het World Wide Web werd het Internet toegankelijk voor de grote massa. En de massa omarmde het Web op grote schaal.

Wanneer we nu even gebruik maken van onze time warp techniek en ons 500 jaar teleporteren dan kunnen we getuige zijn van de discussie over het canon van de geschiedenis van de Europese Republiek. Waar de boekdrukkunst het canon van de Nederlandse geschiedenis net niet haalde, daar zal het jaar 1989 wel bijgezet worden in het geschiedeniscanon van 2508. Het geesteskind van Sir Tim Berners-Lee wordt dan erkend als het startschot voor een complete omwenteling waarop wij informatie assimileren. Zoals de boekdrukkunst 500 jaar geleden een enorme revolutie betekende voor de verspreiding van informatie heeft de uitvinding van het WWW enorme repercussies voor onze samenleving. Zeker voor hen die beroepsmatig informatie verwerken.

Alleen wij lijken het ons nog niet te realiseren dat wij getuige zijn van een informatierevolutie. Hoewel, sommigen willen best wel erkennen dat Web 1.0 enkele goede zaken met zich mee heeft gebracht. Elektronische tijdschriften in wetenschappelijke bibliotheken zijn daar een voorbeeld van. Maar wel een typisch voorbeeld van het “read” only Web. Het wetenschappelijke bedrijf gaat voort langs de reeds gebaande paden en het papier wordt thans zo nauwkeurig mogelijk nagebootst als PDF document. Mateloos populair wanneer we ons in de gebruiksstatistieken van elektronische bibliotheken verdiepen. Overigens is het een misvatting dat PDF staat voor Portable Document Format. Met alle beklemmende DRM software vandien is het beter om te spreken van Paper Document Format.

De populariteit die Web 1.0 zich thans mag verheugen aan de Beta-faculteiten van de universiteit verspreid zich langzaam verder en lijkt, met de invoering van eerste grote contracten voor elektronische boeken, zich ook uit te strekken naar de Alfa-faculteiten.

Een essentieel onderdeel van de eerste concepten voor het WWW idee was ook de mogelijkheid om elders te kunnen schrijven en te herschrijven. Het heeft vijftien jaar moeten duren voordat recht gedaan werd aan het schrijfdeel van de WWW-standaard met de komst van simpele schrijftools èn goedkope geheugenruimte èn alomtegenwoordige internettoegang. Het is de tweede Tim in dit verhaal, Tim 2.0, oftewel Tim O’Reilly die de mogelijkheden van het Writable Web voor ons expliciet voor het voetlicht bracht. Hij noemde het Web 2.0. Soms wordt de kreet Web 2.0 afgedaan als een geniale marketing vondst. Die het natuurlijk ook is, maar laten we dan wel wezen en toegeven dat het een term is die ons heeft doen beseffen dat het op het Web om meer draait dan alleen het beschikbaar stellen van informatie in elektronische vorm. Het gaat om schrijven, verrijken, toevoegen, becommentariëren, strepen, verwijzen, verbeteren, verbinden en voortborduren op informatie. Dit geldt niet alleen voor tekst, maar natuurlijk ook voor beeld en geluid. Het liefst alles in de mix.

Opeens ligt er een heel scala aan mogelijkheden open voor de gebruikers en producenten van elektronische informatie. We zijn inmiddels omgedoopt naar prosumers.

Mijn eerder genoemde wetenschappers die al gretig gebruik maken van de elektronische tijdschriften beseffen nog maar ten dele dat het onderliggende papier gebaseerde communicatiemodel zijn beste tijd gehad heeft. Dat ook voor de wetenschap het nieuwe communicatiemodel een directe schrijfcomponent bevat. Niet slechts een letter to the editor die een paar maanden later gepubliceerd wordt. Nee direct, reageren wordt de standaard. Daar waar de schrijver stopt met schrijven, gaat het artikel verder met het commentaar, annotaties, verwijzingen, verbeteringen, track-backs en nieuw toegevoegde data.

En de bibliotheek?
Voor de bibliotheek zijn er prachtige tijden aangebroken. We hebben niet meer alleen te maken met het beschikbaar stellen van informatie voor onze gebruikers van buiten naar binnen. We moeten ook de vruchten van de arbeid van onze gebruikers beschikbaar stellen aan de buitenwereld. Er komt een tegengestelde informatiestroom bij. Na een paar iteraties van dit soort communicatie hebben we een complete discussie. De discussie die plaats vindt moeten we vastleggen en beschikbaar stellen. Het communicatieproces als het ware faciliteren en archiveren. Dit alles natuurlijk op basis van standaards en afspraken die hergebruik mogelijk maken. Het werkterrein zal zich ook verdiepen naar de onderliggende datasets. We doen dat niet alleen. Een collectie hebben ook nooit alleen gebouwd. Dat doen we samen met onze gebruikers en leveranciers. Dat doen we met nieuwe tools en technieken die thans nog niet in ons pakket zitten maar er wel onverwijld in moeten komen.
Kortom, Web 2.0 stelt nieuwe eisen aan de bibliotheek en daarmee aan de mensen die in de bibliotheek werken. Het vak verandert, en snel ook. Wanneer we nu niet het Web op gaan om te verkennen wat voor mogelijkheden er allemaal voorhanden zijn en wat we daarvan kunnen gebruiken om ons nieuwe werk beter te doen, dan laten we een gouden kans liggen.

En dat mogen we met zijn allen niet laten gebeuren. Kortom grijp deze kans die bibliotheek 2.0 heet!

Labels: , , ,


 

Dany Jacobs: De culturele kant van innovatie

De keynote van de technologie update van Essentials Media gaat over innovatie. Iedereen wil innoveren maar wat is het nu eigenlijk?

Innovatie heeft volgens Dany Jacobs een hele belangrijke culturele poot. In de meeste boeken, rapporten en artikelen over innovatie gaat het meestal over de technologische kant van innovatie maar niet over cultuur, lifestyle of mode. Terwijl dat volgens Jacos vooral de belangrijke voorwaarden zijn voor geslaagde innovatie.

Innovatie volgens Jacobs iets nieuws met toegevoegde waarde. Waarbij je nog onderscheid kunt maken tussen productinnovaties, procesinnovaties en transactieinnovaties.

Volgens Jacobs is 99% van de innovatie marginaal. Ook bij de transactie innovaties, waarbij het eigenlijk gaat over het nieuwe methode van aan de man brengen. Marketing dus. De modewereld is een belangrijke kapstok voor het verhaal van Jacobs. Het gaat daarbij om kleine veranderingen die alweer uit zijn nog voor de kleren versleten zijn.

De technologische kant van innovatie is meestal goed te meten, maar ook wel aan verandering onderhevig. Terwijl de culturele kant van de innovatie lastig te bepalen is. Het gaat daarbij vooral om subjectieve waarden.

Echt mooi wordt innovatie wanneer de massa zich de toepassing toe-eigend. Zoals met de mobiele telefoon gebeurde. De eerste mobiele telefoons waren telefoons waar de draad vanaf geknipt was. Tegenwoordig is het een MP3 speler, digititale video camera notitieblok, SMS communicatie middel en in de laatste plaats een telefoon. Evolutionaire innovatie die het mogelijk maakt om uiteindelijk toch aan de radicale innovatie te komen.

Hoe radicaler de innovatie is hoe meer gurus en duiders je nodig hebt om de innovaties te duiden.

Labels: , ,


This page is powered by Blogger. Isn't yours?