24 oktober 2007
Commerciële diensten en ideële instellingen
Toen Google books –in december 2004 nog Google Print geheten- zijn programma voor bibliotheken lanceerde viel de bibliotheekwereld van zijn stoel van verbazing. Tumult alom. Uitgevers en schrijvers liepen te hoop, maar ik denk dat heel veel bibliotheken wel een beetje jaloers waren op dit project. Stel je voor, je hele magazijn digitaal beschikbaar voor weinig of geen geld. Sommige directeuren zagen de bezuinigingen op het magazijn of personeel al voor zich.
De Google Books olievlek breidde zich verder uit. Ondertussen zijn er ongeveer 25 bibliotheken die meedoen. Daarnaast kwam de oppositie. Microsoft, ook met diepe zakken, kwam en de Open Content Alliance kwam als belangrijk alternatief, maar zij hebben niet zoveel geld.
In het imperium van de Google Books libraries kwamen in maart de eerste barstjes toen Peter Brantley, de toenmalige directeur van de California Digital Library, zijn eerste twijfels uitte over de voorwaarden waaronder Google de collecties mocht scannen. In de New York Times van twee dagen terug, staat een lang verhaal over nog meer bibliotheken die niet konden leven met de voorwaarden van Google of Microsoft. Het grootste probleem is dat van het monopoly op het beschikbaar maken van de digitale versie. Het OCA project van Brewster Kahle kent dit soort restrictieve voorwaarden trouwens niet, maar daar kost het scannen van een boek ongeveer 10 US$ cent per pagina, of ongeveer 30 US$ per boek. Een magazijn met een slordige miljoen boeken kost zo een aardig vermogen om te digitaliseren.
Projecten als de Worlddigitallibrary, dat vorige week woensdag een eerste prototype afleverde, zijn vanwege de restricties zoals bovengenoemd dan ook helemaal niet gebaat bij grote commerciële boekscanprojecten. Het is in dat licht dan ook verbazingwekkend dat de British Library zo’n grote collectie door Microsoft laat scannen. Het zijn toch vooral de grote nationale bibliotheken die in projecten als the european library project of worlddigitallibrary de digitale content moeten leveren.
Wanneer Google aanbiedt ons hele bezit te gaan scannen? Dan zou ik daar nog eens een goede nacht over moeten slapen.
De Google Books olievlek breidde zich verder uit. Ondertussen zijn er ongeveer 25 bibliotheken die meedoen. Daarnaast kwam de oppositie. Microsoft, ook met diepe zakken, kwam en de Open Content Alliance kwam als belangrijk alternatief, maar zij hebben niet zoveel geld.
In het imperium van de Google Books libraries kwamen in maart de eerste barstjes toen Peter Brantley, de toenmalige directeur van de California Digital Library, zijn eerste twijfels uitte over de voorwaarden waaronder Google de collecties mocht scannen. In de New York Times van twee dagen terug, staat een lang verhaal over nog meer bibliotheken die niet konden leven met de voorwaarden van Google of Microsoft. Het grootste probleem is dat van het monopoly op het beschikbaar maken van de digitale versie. Het OCA project van Brewster Kahle kent dit soort restrictieve voorwaarden trouwens niet, maar daar kost het scannen van een boek ongeveer 10 US$ cent per pagina, of ongeveer 30 US$ per boek. Een magazijn met een slordige miljoen boeken kost zo een aardig vermogen om te digitaliseren.
Projecten als de Worlddigitallibrary, dat vorige week woensdag een eerste prototype afleverde, zijn vanwege de restricties zoals bovengenoemd dan ook helemaal niet gebaat bij grote commerciële boekscanprojecten. Het is in dat licht dan ook verbazingwekkend dat de British Library zo’n grote collectie door Microsoft laat scannen. Het zijn toch vooral de grote nationale bibliotheken die in projecten als the european library project of worlddigitallibrary de digitale content moeten leveren.
Wanneer Google aanbiedt ons hele bezit te gaan scannen? Dan zou ik daar nog eens een goede nacht over moeten slapen.
Labels: Digitaliseren, Google books, Microsoft Books, OCA
