08 januari 2008
VPRO Kenniscentrum
't is de VPRO die het 'm weer flikt. Ik had het tot nu toe volledig gemist, maar vanavond zat ik ineens midden in hun kenniscentrum.
VPRO’s Kenniscentrum onderzoekt online gereedschappen en hun mogelijke toepassingen voor (programma)makers bij de realisatie van crossmediale projecten en brengt in kaart wat de sterke punten zijn en waar de beperkingen liggen. Dat publiceren we op dit weblog, en in de Kenniscentrum-wiki met beschrijvingen, handleidingen en screencasts.Ze blijken al sinds december vorig jaar live te zijn. Combinatie van weblog en wiki over tv en radio. Als dat niet crossmediaal is, dan weet ik het ook niet meer.
Labels: crossmedia, VPRO, Web 2.0
28 mei 2007
Het IP10 debat in de Rode Hoed
Afgelopen donderdag vierde de InformatieProfessional haar feestje met een debat over de toekomst van het vaktijdschrift in de Rode Hoed. Er waren slechts zo'n 50 deelnemers op afgekomen hetgeen ik wel jammer vind. De aftrap voor deze middag werd gegeven door de kersverse hoofdredacteur Bram Donkers, die de DVD met 10 jaargangen IP presenteerde en overhandigde aan Otto Cramwinkel, de uitgever van IP. De echte middag start met een serieuze keynote.
Richard Rogers hield een razend interessante lezing informatiepolitiek. Over de invloed van Google cs op onze perceptie van de wereld. De achterliggende vraag, die Rogers en zijn groep onderzoekt, is wie er tegenwoordig bepaald welke informatie wij te zien krijgen, en dientengevolge het failliet van de oude instituties op hun eigen expertises. Zie trouwens ook de alarmbel in mijn vorige post of bij de MIM. Wat Rogers trouwens voortreffelijk illustreerde in zijn verhaal is de achteruitgang de rol van de directory in Google, zover dat sinds de invoering van de metasearch over de verschillende Google bronnen deze week de directory volledig lijkt te zijn verdwenen -maar gelukkig met Google wel te vinden is. Bijna het failliet van het eerste navigatiesystemen op het Web. Dat had ik nog niet gespot, hoewel ik Intute ook nog steeds koester. Maar hoe interessant de lezing van Rogers ook was. De middag draaide natuurlijk om het debat over de toekomst van het vaktijdschrift.
Bram Donkers startte de discussie met de zaal, pas in tweede instantie werd een panel gepresenteerd van Wim Verbei de ex-hoofdredacteur van de IP en nu hoofdredacteur van Media Facts, Gerard Bierens, Flox de Hartog die soms fel van leer trekt op Nedbib-L en mijzelf. De discussie ging aan de hand van wat stellingen –die wij als panel van te voren deels gezien hadden. De tijd vloog om, en ik mocht regelmatig reageren omdat ik in het panel zat, maar de stellingen gingen wel erg van de hak op de tak. Het leek of Bram wat teveel verschillende onderwerpen bij de kop wilde pakken, maar ze lagen wel te ver uit elkaar, daardoor was het moeilijk om een rode draad te trekken door de middag. Dit tot woede van een toehoorder. Het zal nog niet meevallen voor de redacteuren van de IP om daar een goed verslag uit te destileren in een van de volgende nummers.
Over een van de stellingen, "niemand leest nog een artikel van 4000 woorden" herlas ik later op de avond weer een stukje van de laatste Cites & Insights (p.4) waarin de trend aangehaald wordt dat jongeren juist weer veel lezen. Er is sprake van een Harry Potter generatie. Dit illustreert wel een beetje het probleem van discussiëren over stellingen zonder dat de onderliggende feiten duidelijk zijn.
Een discussie over de NVB krant -nog steeds het laatste nummer niet aanwezig-, kon heel snel worden kortgesloten omdat mijn mening daarover al wijd en zijd bekend verondersteld mag worden. Alleen jammer dat niemand in de zaal precies de relatie van de NVB met Informatie Professional en Essentials Media kon duiden. Traditioneel krijgen NVB leden korting op een IP abonnement, maar het afgelopen jaar kregen we een gratis abonnement op Intellectueel Kapitaal. Heeft de Informatie Professional kansen laten liggen om samen met de NVB nieuwe formules te ontwikkelen en congressen te organiseren?
Interessant was daarom wat Wim Verbei te berde bracht over tijdschriften. Vaktijdschriften globaal gezien, verliezen terrein op abonnementen maar groeien sterk op elektronisch gebied en in de evenementenmarkt (congressen, beurzen en dat soort dingen). In feite dus traditionele papieren tijdschriften die steeds meer crossmediaal opereren. Wat mij echter het meest verbaasde was Wim zijn opmerking aan het eind van het debat. Toen ik weer eens een lans brak voor een ijzersterk elektronisch platform waar als het ware een papieren versie uit getrokken werd, door Wim afgedaan werd als onzin. Volgens Wim ging het toen ineens slechts enkel en alleen over de kunst van het maken van goede papieren tijdschriften en was de rest complete onzin. Helaas mocht op dat moment de discussie geen doorgang vinden, terwijl ik op het puntje van mijn stoel zat. We werden toen door de klok teruggefloten.
Er resten een borrel en een zeer aangenaam eten met enkele redactieleden van de IP. Waar is waar. Ik mocht nog een DVD met 10 jaargangen IP in de tas steken. Binnenkort te leen via onze Bieb.
Andere verslagen van deze middag lees inmiddels je bij Jan, of Jos en nog een keer.
Richard Rogers hield een razend interessante lezing informatiepolitiek. Over de invloed van Google cs op onze perceptie van de wereld. De achterliggende vraag, die Rogers en zijn groep onderzoekt, is wie er tegenwoordig bepaald welke informatie wij te zien krijgen, en dientengevolge het failliet van de oude instituties op hun eigen expertises. Zie trouwens ook de alarmbel in mijn vorige post of bij de MIM. Wat Rogers trouwens voortreffelijk illustreerde in zijn verhaal is de achteruitgang de rol van de directory in Google, zover dat sinds de invoering van de metasearch over de verschillende Google bronnen deze week de directory volledig lijkt te zijn verdwenen -maar gelukkig met Google wel te vinden is. Bijna het failliet van het eerste navigatiesystemen op het Web. Dat had ik nog niet gespot, hoewel ik Intute ook nog steeds koester. Maar hoe interessant de lezing van Rogers ook was. De middag draaide natuurlijk om het debat over de toekomst van het vaktijdschrift.
Bram Donkers startte de discussie met de zaal, pas in tweede instantie werd een panel gepresenteerd van Wim Verbei de ex-hoofdredacteur van de IP en nu hoofdredacteur van Media Facts, Gerard Bierens, Flox de Hartog die soms fel van leer trekt op Nedbib-L en mijzelf. De discussie ging aan de hand van wat stellingen –die wij als panel van te voren deels gezien hadden. De tijd vloog om, en ik mocht regelmatig reageren omdat ik in het panel zat, maar de stellingen gingen wel erg van de hak op de tak. Het leek of Bram wat teveel verschillende onderwerpen bij de kop wilde pakken, maar ze lagen wel te ver uit elkaar, daardoor was het moeilijk om een rode draad te trekken door de middag. Dit tot woede van een toehoorder. Het zal nog niet meevallen voor de redacteuren van de IP om daar een goed verslag uit te destileren in een van de volgende nummers.
Over een van de stellingen, "niemand leest nog een artikel van 4000 woorden" herlas ik later op de avond weer een stukje van de laatste Cites & Insights (p.4) waarin de trend aangehaald wordt dat jongeren juist weer veel lezen. Er is sprake van een Harry Potter generatie. Dit illustreert wel een beetje het probleem van discussiëren over stellingen zonder dat de onderliggende feiten duidelijk zijn.
Een discussie over de NVB krant -nog steeds het laatste nummer niet aanwezig-, kon heel snel worden kortgesloten omdat mijn mening daarover al wijd en zijd bekend verondersteld mag worden. Alleen jammer dat niemand in de zaal precies de relatie van de NVB met Informatie Professional en Essentials Media kon duiden. Traditioneel krijgen NVB leden korting op een IP abonnement, maar het afgelopen jaar kregen we een gratis abonnement op Intellectueel Kapitaal. Heeft de Informatie Professional kansen laten liggen om samen met de NVB nieuwe formules te ontwikkelen en congressen te organiseren?
Interessant was daarom wat Wim Verbei te berde bracht over tijdschriften. Vaktijdschriften globaal gezien, verliezen terrein op abonnementen maar groeien sterk op elektronisch gebied en in de evenementenmarkt (congressen, beurzen en dat soort dingen). In feite dus traditionele papieren tijdschriften die steeds meer crossmediaal opereren. Wat mij echter het meest verbaasde was Wim zijn opmerking aan het eind van het debat. Toen ik weer eens een lans brak voor een ijzersterk elektronisch platform waar als het ware een papieren versie uit getrokken werd, door Wim afgedaan werd als onzin. Volgens Wim ging het toen ineens slechts enkel en alleen over de kunst van het maken van goede papieren tijdschriften en was de rest complete onzin. Helaas mocht op dat moment de discussie geen doorgang vinden, terwijl ik op het puntje van mijn stoel zat. We werden toen door de klok teruggefloten.
Er resten een borrel en een zeer aangenaam eten met enkele redactieleden van de IP. Waar is waar. Ik mocht nog een DVD met 10 jaargangen IP in de tas steken. Binnenkort te leen via onze Bieb.
Andere verslagen van deze middag lees inmiddels je bij Jan, of Jos en nog een keer.
Labels: crossmedia, Informatie Professional
06 mei 2007
Boter bij de vis, graag
Eergisteren mochten bij mij de IK Intellectueel Kapitaal, en de NVBkrant weer in de standaard uitgave groene PTT brievenbus vallen. De NVBkrant eens doorgebladerd, maar daarna eerst het artikel Wisdom of Crows in de IK echt gelezen. Mijn eerste gedachte was een reactie te bloggen op het beschreven experiment met 0 vrijheidsgraden waar een weinig doortimmerd verhaal over wordt gepubliceerd. Die reactie wilde ik gaan bloggen tot mijn oog bleef steken bij het editorial van de IK. Het redactionele commentaar, zeg maar. Henk Verbooy heeft een goede kennis, W, die denkt dat print heeft afgedaan. Verbooy is het daar niet mee eens en zet zijn vriend W bij in het rijk der uitstervende dinosauriërs. Niet zo aardig om een vriend zo bij het oud vuil te zetten, maar heeft die vriend W, misschien niet een klein beetje gelijk?
Zelf kom ik uit een universitaire bibliotheekomgeving, en kan alleen maar vaststellen dat de vervanging van print door elektronisch voor tijdschriften opgeld doet. Studenten en professoren gelijk, zij zoeken liever iets langer naar een elektronisch artikel dat hun argument kracht bijzet, dan dat ze naar de bibliotheek komen om geschikter artikel in een papieren tijdschrift te raadplegen.
Misschien doelt Verbooy niet op elektronische wetenschappelijke tijdschriften. Laat ik daarom eens wat e-zines uit de bibliotheekwereld bij de kop nemen. Walt Crawford (2006, p7-8.) gaf een tijdje terug een aardig overzichtje van vroege bibliotheek gerelateerde e-zines: New Breed Librarian, Library Juice, Newsletter on Serial Pricing Issues, Free Online Scholarship News Letter, LLRX, Current Cites, Ex Libris, Cites & Insights, Resourceshelf en D-Lib Magazine. Ik kan het lijstje verder aanvullen met Ariadne, First Monday en Information Research. Geen van deze bibliotheek gerelateerde e-zines heeft ondertussen een papieren pendant gekregen. Het continueren en archiveren van deze e-zines blijkt alleen al een probleem. D-Lib magazine is recentelijk van een maandelijks naar een tweemaandelijks publicatie schema gegaan. Ik vraag me dan ook oprecht af op welke e-zines Verbooy doelt wanneer hij schrijft "Zo kregen tijdens de internet-hype, tweede helft jaren negentig, al veel als e-zine begonnen publicaties in de USA ook een papieren versie." Ik weet niet precies welke hij bedoelt, maar ik vraag me af of het om publicaties in de informatie wereld gaat.
Vervolgens bejubelt Verbooy in zijn editorial het versterken van papieren en elektronische media. "Het is niet of-of, maar en-en, Print en website en e-zine zijn verschillende media met verschillende functies, maar sámen zijn ze sterker dan elk afzonderlijk". Het is alsof Verbooy mijn eerdere post over de Informatie Professional had gelezen. Voor de IP raadde ik destijds ook aan om na de cosmetische chirurgie die er op de layout was uitgevoerd nu ook eens daadwerkelijk de koe bij de horens te vatten en de mix van papier en elektronisch aanbod te verbeteren en daar waar mogelijk elkaar te laten versterken. Wat dat betreft ben ik het dus eens met Henk (mag ik ondertussen tutoyeren?). Ik kan me wel indenken dat er ruimte is en blijft voor papieren vaktijdschriften, mits die dan wel met een ijzersterke elektronische formule ondersteund worden.
Maar de hamvraag in deze is natuurlijk: "brengt de IK dat dan ook in praktijk?"
Allereerst zou ik deze reactie natuurlijk beter kunnen plaatsen op een of ander reactieforum van het IK Magazine. Dat is er niet. Nu moet ik mij helaas redden met mijn eigen blog.
Wel heeft het IK magazine netjes de inhoudsopgave van de laatste aflevering al online, en zelfs twee artikelen en een column vrij toegankelijk gemaakt. Maar ook hier geen reactiemogelijkheden. (maar laat ik even stoppen over reactiemogelijkheden, of feedback zoals dat netjes heet). Neem eens het eerder genoemde artikel over de "Wisdom of Crows", het staat daar recht toe recht aan als PDF beschikbaar. Maar dat is niet hetzelfde als elektronisch versterken van een artikel. Het artikel bevat slechts een werkende web-link. Dat is de verwijzing naar het lemma in de Wikipedia. Het artikel van Marie José Klaver dat aangehaald wordt, wordt niet gelinkt. Het artikel in de NRC van Lanier, is wat problematisch om naar toe te linken omdat Lexis-Nexis, of de krantenbank, dat niet goed geregeld hebben. Maar veel interessanter is natuurlijk om te linken naar het originele artikel van Lanier in Edge en al het commentaar dat daar vermeld wordt. Waarom wordt die service niet geboden? Neem als tweede voorbeeld het artikel over Google Earth. Kijk daar eens naar het literatuurlijstje dat bestaat uit een aantal links (waarvan je maar moeten raden op welk onderdeel ze slaan) maar waar ik me vooral aan stoor is dat ik zelf netjes http://www.telegraph.co.uk/news/main.jhtml?xml=/news/2007/01/13/wgoogle13.xml moet overtypen. Niet meteen de makkelijkste link. Waarom biedt de IK niet de service om de relevante webbronnen bij een artikel netjes te linken op hun website? Het is trouwens ook slecht linken naar de individuele artikelen, wanneer de volledige versie niet wordt aangeboden. Maar laat ik het niet over zoiets simpels als linken hebben. Het gaat mij om de kracht en vitaliteit van het elektronisch platform achter het papieren tijdschrift. Bij het IK magazine (zo heet de site, niet het tijdschrift) zijn er wel naast wat droge tijdschrift informatie nog enkele nieuwsberichten te vinden, waarop je je kan abonneren via de mail. Maar al met al ademt het nog niet de elektronische versterking die ik voor ogen heb. Een redactionele weblog. Een forum. Vraag en antwoord. Interactiviteit? Een community? Om maar eens een lastig Engels woord te gebruiken. Niets van dat alles. De oudere nummers zijn elektronisch alleen beschikbaar als basale PDF. Verder van nul tot generlei toegevoegde waarde.
Hoe zit de beruchte crossmedia match, of multi-mediale campagnes waar Henk het over heeft van de IK er dan wel uit? Wel, het moederbedrijf van IK, Essentials media, geeft ook de NVBkrant uit. Dat papieren mastodont dat ongeveer 40 jaar te laat is verschenen, volgens sommigen. Wanneer er nu een artikel in de IK wordt geschreven en er komt commentaar op, dan wordt dat vervolgens gepubliceerd in de NVB krant. Kijk dat is modern, want crossmedia! Dat het ondertussen wel lastig wordt voor de lezers, om er nog een touw aan vast te knopen, dat kan Essentials blijkbaar niet deren. Begin je de NVBkrant te lezen –de opleiding IDM leeft!!- dan wordt je terugverwezen naar een de website van de IK. Waar dat artikel dan vervolgens niet on-line aanwezig is (terwijl de indruk wel gewekt wordt).
Wanneer je op die manier bezig bent met mixen van twee papieren formats en een niet bestaand elektronisch artikel dan bewijs je slechts lippendienst aan multimediale campagnes in een editorial, terwijl het in werkelijkheid nog ver te zoeken is.
Misschien heeft Henk zijn vriend W iets te snel op het dinosauriërskerkhof bijgezet. Misschien heeft die vriend W nog enkele tips over het versterken van de crossmedia match van een papieren vaktijdschrift en een ledenkrant.
Toevallig tapte Frank onlangs uit hetzelfde vaatje en organiseert de IP een heus debat over dit onderwerp. Misschien kom je me daar wel tegen.
PS . Persoonlijk ken ik de heer Verbooy niet. Enige gelijkenis of verband tussen W, Wouter, WoW!ter dit blog, of deze blogpost is dus volstrekt uit de lucht gegrepen.
Literatuur
Crawford, W. (2006). The New Site & COWLZ: A Lost Opportunity? Cites & Insights: Crawford at Large 6(11): 1-9. http://www.citesandinsights.info/civ6i11.pdf
van der Meij, B. (2007). The wisdom of crows. Kenniseconomisch magazine : intellectueel kapitaal 6(2): 14-16. http://www.ikmagazine.nl/downloads/ik0207-crows.pdf
Verbooy, H. (2007). De nieuwe dinosauriërs. Kenniseconomisch magazine : intellectueel kapitaal 6(2): 7. (niet elektronisch beschikbaar)
Westerkamp, K. (2007). De opleiding IDM leeft!! NVBkrant 1(2): 4. ((nog?) niet elektronisch beschikbaar)
Zelf kom ik uit een universitaire bibliotheekomgeving, en kan alleen maar vaststellen dat de vervanging van print door elektronisch voor tijdschriften opgeld doet. Studenten en professoren gelijk, zij zoeken liever iets langer naar een elektronisch artikel dat hun argument kracht bijzet, dan dat ze naar de bibliotheek komen om geschikter artikel in een papieren tijdschrift te raadplegen.
Misschien doelt Verbooy niet op elektronische wetenschappelijke tijdschriften. Laat ik daarom eens wat e-zines uit de bibliotheekwereld bij de kop nemen. Walt Crawford (2006, p7-8.) gaf een tijdje terug een aardig overzichtje van vroege bibliotheek gerelateerde e-zines: New Breed Librarian, Library Juice, Newsletter on Serial Pricing Issues, Free Online Scholarship News Letter, LLRX, Current Cites, Ex Libris, Cites & Insights, Resourceshelf en D-Lib Magazine. Ik kan het lijstje verder aanvullen met Ariadne, First Monday en Information Research. Geen van deze bibliotheek gerelateerde e-zines heeft ondertussen een papieren pendant gekregen. Het continueren en archiveren van deze e-zines blijkt alleen al een probleem. D-Lib magazine is recentelijk van een maandelijks naar een tweemaandelijks publicatie schema gegaan. Ik vraag me dan ook oprecht af op welke e-zines Verbooy doelt wanneer hij schrijft "Zo kregen tijdens de internet-hype, tweede helft jaren negentig, al veel als e-zine begonnen publicaties in de USA ook een papieren versie." Ik weet niet precies welke hij bedoelt, maar ik vraag me af of het om publicaties in de informatie wereld gaat.
Vervolgens bejubelt Verbooy in zijn editorial het versterken van papieren en elektronische media. "Het is niet of-of, maar en-en, Print en website en e-zine zijn verschillende media met verschillende functies, maar sámen zijn ze sterker dan elk afzonderlijk". Het is alsof Verbooy mijn eerdere post over de Informatie Professional had gelezen. Voor de IP raadde ik destijds ook aan om na de cosmetische chirurgie die er op de layout was uitgevoerd nu ook eens daadwerkelijk de koe bij de horens te vatten en de mix van papier en elektronisch aanbod te verbeteren en daar waar mogelijk elkaar te laten versterken. Wat dat betreft ben ik het dus eens met Henk (mag ik ondertussen tutoyeren?). Ik kan me wel indenken dat er ruimte is en blijft voor papieren vaktijdschriften, mits die dan wel met een ijzersterke elektronische formule ondersteund worden.
Maar de hamvraag in deze is natuurlijk: "brengt de IK dat dan ook in praktijk?"
Allereerst zou ik deze reactie natuurlijk beter kunnen plaatsen op een of ander reactieforum van het IK Magazine. Dat is er niet. Nu moet ik mij helaas redden met mijn eigen blog.
Wel heeft het IK magazine netjes de inhoudsopgave van de laatste aflevering al online, en zelfs twee artikelen en een column vrij toegankelijk gemaakt. Maar ook hier geen reactiemogelijkheden. (maar laat ik even stoppen over reactiemogelijkheden, of feedback zoals dat netjes heet). Neem eens het eerder genoemde artikel over de "Wisdom of Crows", het staat daar recht toe recht aan als PDF beschikbaar. Maar dat is niet hetzelfde als elektronisch versterken van een artikel. Het artikel bevat slechts een werkende web-link. Dat is de verwijzing naar het lemma in de Wikipedia. Het artikel van Marie José Klaver dat aangehaald wordt, wordt niet gelinkt. Het artikel in de NRC van Lanier, is wat problematisch om naar toe te linken omdat Lexis-Nexis, of de krantenbank, dat niet goed geregeld hebben. Maar veel interessanter is natuurlijk om te linken naar het originele artikel van Lanier in Edge en al het commentaar dat daar vermeld wordt. Waarom wordt die service niet geboden? Neem als tweede voorbeeld het artikel over Google Earth. Kijk daar eens naar het literatuurlijstje dat bestaat uit een aantal links (waarvan je maar moeten raden op welk onderdeel ze slaan) maar waar ik me vooral aan stoor is dat ik zelf netjes http://www.telegraph.co.uk/news/main.jhtml?xml=/news/2007/01/13/wgoogle13.xml moet overtypen. Niet meteen de makkelijkste link. Waarom biedt de IK niet de service om de relevante webbronnen bij een artikel netjes te linken op hun website? Het is trouwens ook slecht linken naar de individuele artikelen, wanneer de volledige versie niet wordt aangeboden. Maar laat ik het niet over zoiets simpels als linken hebben. Het gaat mij om de kracht en vitaliteit van het elektronisch platform achter het papieren tijdschrift. Bij het IK magazine (zo heet de site, niet het tijdschrift) zijn er wel naast wat droge tijdschrift informatie nog enkele nieuwsberichten te vinden, waarop je je kan abonneren via de mail. Maar al met al ademt het nog niet de elektronische versterking die ik voor ogen heb. Een redactionele weblog. Een forum. Vraag en antwoord. Interactiviteit? Een community? Om maar eens een lastig Engels woord te gebruiken. Niets van dat alles. De oudere nummers zijn elektronisch alleen beschikbaar als basale PDF. Verder van nul tot generlei toegevoegde waarde.
Hoe zit de beruchte crossmedia match, of multi-mediale campagnes waar Henk het over heeft van de IK er dan wel uit? Wel, het moederbedrijf van IK, Essentials media, geeft ook de NVBkrant uit. Dat papieren mastodont dat ongeveer 40 jaar te laat is verschenen, volgens sommigen. Wanneer er nu een artikel in de IK wordt geschreven en er komt commentaar op, dan wordt dat vervolgens gepubliceerd in de NVB krant. Kijk dat is modern, want crossmedia! Dat het ondertussen wel lastig wordt voor de lezers, om er nog een touw aan vast te knopen, dat kan Essentials blijkbaar niet deren. Begin je de NVBkrant te lezen –de opleiding IDM leeft!!- dan wordt je terugverwezen naar een de website van de IK. Waar dat artikel dan vervolgens niet on-line aanwezig is (terwijl de indruk wel gewekt wordt).
Wanneer je op die manier bezig bent met mixen van twee papieren formats en een niet bestaand elektronisch artikel dan bewijs je slechts lippendienst aan multimediale campagnes in een editorial, terwijl het in werkelijkheid nog ver te zoeken is.
Misschien heeft Henk zijn vriend W iets te snel op het dinosauriërskerkhof bijgezet. Misschien heeft die vriend W nog enkele tips over het versterken van de crossmedia match van een papieren vaktijdschrift en een ledenkrant.
Toevallig tapte Frank onlangs uit hetzelfde vaatje en organiseert de IP een heus debat over dit onderwerp. Misschien kom je me daar wel tegen.
PS . Persoonlijk ken ik de heer Verbooy niet. Enige gelijkenis of verband tussen W, Wouter, WoW!ter dit blog, of deze blogpost is dus volstrekt uit de lucht gegrepen.
Literatuur
Crawford, W. (2006). The New Site & COWLZ: A Lost Opportunity? Cites & Insights: Crawford at Large 6(11): 1-9. http://www.citesandinsights.info/civ6i11.pdf
van der Meij, B. (2007). The wisdom of crows. Kenniseconomisch magazine : intellectueel kapitaal 6(2): 14-16. http://www.ikmagazine.nl/downloads/ik0207-crows.pdf
Verbooy, H. (2007). De nieuwe dinosauriërs. Kenniseconomisch magazine : intellectueel kapitaal 6(2): 7. (niet elektronisch beschikbaar)
Westerkamp, K. (2007). De opleiding IDM leeft!! NVBkrant 1(2): 4. ((nog?) niet elektronisch beschikbaar)
Labels: crossmedia, Dutch, tijdschriften
